Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2576. De enkele opzegging door den aanbesteder doet de aanneming vervallen, zonder dat hij redenen voor die opzegging behoeft aan te voeren en zonder dat hij daarbij den aannemer tevens behoeft schadeloos te stellen of althans dit behoeft aan te bieden. De verplichting tot schadeloosstelling toch wordt voor den aanbesteder wel door de opzegging geboren, doch hare nakoming is geen vereischte voor de rechtsgeldigheid der opzegging. — Hof Arnhem 29 Mei 1895 W. 6697; P. v. J. 1895, 59.

2577. Ook de architect en niet alleen de aannemer van het meer materieele deel van het werk, mag zich op art. 1647 B. W. beroepen. — Rechtb. Almelo 8 Januari 1908; W. 9124.

Art. 1649.

2-578. De hoofdaannemer is tegenover derden niet aansprakelijk voor de schade, hem door zijne onderaannemers toegebracht. — Rechtb. Amsterdam 26Maart 1880; W. 4501.

2579. De aannemer is tegenover derden niet aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van hen, die in dienst zijn van den onderaannemer. — Rechtb. Rotterdam 19 Juni 1882; W. 4802.

2580. Door het aansprakelijk stellen van den aannemer voor de daden dergenen, die hij in het werk stelt, waarmede zeer zeker een aansprakelijkheid jegens den aanbesteder wordt bedoeld, wordt niet weggenomen de bij art. 1403, al. 3 B. W. gestelde aansprakelijkheid van de meesters voor de daden hunner dienstboden en ondergeschikten jegens een ieder die door de handelingen van dezen schade hebben geleden. — Rechtb. Amsterdam 8 Mei 1883; W. 4946; P. v. J. 1883, 36, Bijbl.

Art. 1650.

2581. H. A. Paap. Art. 1650 B W. — Ac. Pr. Amsterdam 1887.

2582. J. J. Tichelaar. De rechten van hen, die Arbeid of Materiaal leveren voor Huizenbouw. — Ac. Pr. Leiden 1908. Aangek, door mr. G. Kirberger in W. 8743; door mr. Molengraaffin R. M. XXVIII, 213.

2583. Dit artikel kan wel worden ingeroepen door den werkman, die tevens materialen levert, mits dit laatste een bijzaak zij, maar niet door den leverancier wiens vordering in hoofdzaak de leverantiën betreft, terwijl de werkverrichting slechts bijzaak is. — Rechtb. Amsterdam 29 April 1886; W. 5444; P. v. J. 1886, 41, Bijbl.

2584. Dit artikel kent de vordering tegen den aanbesteder onbeperkt toe, zonder eenige onderscheiding te maken of de ambachtsman per uur of per stuk werkt en of hij alleen zijn arbeid of bovendien ook de stof moet leveren voor het werk benoodigd. Onder ambachtslieden worden zoowel de werkbazen als de knechts begrepen. Dit artikel kan evenzeer ingeroepen worden door een naamlooze vennootschap ten doel hebbende, het uitoefenen van een ambacht. Het beneficiair aanvaarden der nalatenschap van den aanbesteder snijdt den ambachtsman het beroep op art. 1650 B. W. niet af. — Rechtb. Amsterdam 10 Maart 1885; W. 5276; P. v. J. 1885, 26.

2585. Een loodgietersbaas is ambachtsman in den zin van art. 16-50 B. W. — Hof Amsterdam 3 Juni 1887; N. R. B. en Bijbl. 1888, B. 335. Rechtb. Rotterdam 27 Juni 1887; N. R. B. en Bijbl. 1888, B. 336.

Sluiten