Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelfde oogenblik, dat de rechtspersoon ontstaat, n.1. het verleenen der koninklijke goedkeuring, de eigendom der ingebrachte goederen aan het zedelijk lichaam komt. De overdracht moet in dit geval geacht worden onder bezwarenden titel te zijn geschied, omdat volgens de statuten bij de ontbinding van het zedelijk lichaam de baten onder de leden verdeeld zullen worden, waaruit ten duidelijkste blijkt, dat het lichaam ook groote waarde kan vertegenwoordigen, zoodat dus het aequivalent van den inbreng gezocht moet worden in het bekomen van het lidmaatschap — Rechtb. Breda 26 April 1892; VV. 6200; VV. v. N. R. 1178; R. W. v. N. 745.

2710. Eene vereeniging, welke niet langer als rechtspersoon is aan te merken wegens het verstrijken van den duur, waarvoor zij ingevolge de door den Koning goedgekeurde statuten is aangegaan, kan later niet andermaal als rechtspersoon optreden, tenzij de statuten dier vereeniging weer opnieuw in het geheel zijn onderworpen aan de in art. 6 der wet van 22 April 1855 (St. 32) bedoelde goedkeuring, en die goedkeuring is verkregen. — K. B. 27 November 1897, no. 39; R. v. S. XXVII, 1015.

2711. Als bewezen is, dat een zedelijk lichaam sedert 1849 bestaat als een vereeniging van personen tot een bepaald doel, heeft het rechtspersoonlijkheid, onafhankelijk van de erkenning, bedoeld in art. 6 der wet van 22 April 1855 (St. 32). — Rechtb. Zutphen 17 Juni 1897; W. 7159.

2712. L. Offerhaus Jzn. De rechtstoestand van kerkelijke goederen bij de Hervormden — Ac. Pr. Leiden. Aangek, door mr. P. R. Feith in W. 5672.

2713. Jhr. mr. A. F. de Savornin

Lohman. Rechtsbevoegdheid der kerken. — R M. XII, 103.

2714 Mr. H. Verloren van Themaat. Geschiedenis der vicariën en het vicarierecht in de provincie Utrecht en der geestelijke of gebeneficieerde goederen in het algemeen na de reformatie. — Utrecht 1881.

2715. J. Schokking. Historisch-Juridische schets van de wet van 10 September 1894 tot regeling van het toezicht op de onderscheiden kerkgenootschappen (St. 102). — Ac. Pr. Amsterdam 1894. Aangek, door mr P. J. M. van Geuns in W. 6645.

2716. De erkenning van kerkgenootschappen als rechtspersonen. — Gemst 1895.

2717. De inhoud van een reglement op het beheer der goederen en fondsen van een kerkelijke gemeente, is voor een onderzoek in cassatie niet vatbaar. — H. R. 18 Mei 1893; VV. 6347; N. R. CLXIV, 69; y. d. H., B. R. LIX, 175.

2718. Het woord Parochie heeft zoowel de beteekenis van een territoriale indeeling van geloovigen als van parochiale kerk. In de laatste beteekenis is het te beschouwen als eene stichting met rechtspersoonlijkheid; alzoo is de benoeming van eene parochie tot erfgenaam, een rechtsgeldige erfstelling. — Rechtb. Roermond 10 November 1892; W. 6260; R W. v. N. 755; (Bevest. bij het volg. arrest).

2719. Is een parochie een zedelijk lichaam ? (Naar aanleiding van gemeld vonnis Roermond). — W. v. N. R. 1187.

2720. De parochie heeft als zoodanig rechtspersoonlijkheid; zij ontleent dit in

Sluiten