Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2828. De overeenkomst, krachtens welke een groep aandeelhouders in een maatschappij hunne aandeelen onder beheer van een consortium stellen en dat tegen inwisseling van certificaten aan dat consortium in bewaring geven, is niet te beschouwen als een overeenkomst van bewaargeving, maar als een contract sui generis, waarin aan de bewaargeving der aandeelen niet meer dan een accessoir karakter kan worden toegekend. — Rechtb. Amsterdam 10 Januari 1899; W. 7331.

2829. De meester is geen bewaarnemer der goederen door de dienstbode voor haar eigen gebruik in zijne woning gebracht. — Rechtb. Zwolle 30 Juni 1909; W. 9021. Bevest. door Hof Arnhem 8 Februari 1910; W. 9067. ■

Tweede Afdeeling.

Van eigenlijk gezegde bewaargeving.

Art. 1733.

2830. Het voorschrift van art. 1733 B. W., dat eigenlijk gezegde bewaargeving geacht wordt om niet te zijn aangegaan, wettigt niet de gevolgtrekking dat met iemand, die er zijn beroep van maakt om zekere goederen tegen loon te bewaren, over de bewaring van zoodanige goederen overeengekomen zijnde, zonder dat uitdrukkelijk loon bedongen werd, ook zou moeten worden aangenomen, dat geen loon verschuldigd is; xn zoo'n geval is het gebruikelijk loon verschuldigd. — Rechtb. Rotterdam 2 Januari 1905; W. 8296.

2831. Tot het behangers- en stoffeerdersbedrijf behoort niet het voor een ander in bewaring nemen van meubelen, zoodat iemand, door wien die bedrijven wordt uitgeoefend, geen bewaarloon kan vorderen ter zake van het in bewaring nemen van meubelen. — Hof Amsterdam

16 Februari 1906; W. 8442; P. v. J. 1906, 589; W. v. N. R. 1929.

Art. 1735.

2832. Ongeteekende interestberekeningen over gestorte gelden i\ deposito van den bewaarnemer afkomstig en door hem, wat vorm en inhoud betreft, volledig erkend, bewijzen tegen hem zoowel de berekening der interesten als het bedrag der gedeponeerde kapitalen. — Rechtb. Amsterdam 23 October 1883; P. v. J. 1884, 10.

Art. 1737.

2833. Het in stalling geven van een paard is niet te beschouwen als een overeenkomst van bewaargeving. — Rechtb. Utrecht 7 April 1897; W. 6964.

Art. 1739.

2834. In geval van bewaargeving aan eene gehuwde vrouw zonder bijstand of machtiging van haren man, moet de vordering tot teruggaaf tegen de vrouw en niet tegen den man worden ingesteld. -- Rechtb. Rotterdam 30 Maart 1903; P. v. J. 1903, 244.

Art. 1744.

2835. De betaalde bewaarnemer kan niet volstaan met voor de in bewaring genomen zaak dezelfde zorg te dragen als voor zijn eigen zaak; maar is voor alle soort van verzuim aansprakelijk. Hij is ook aansprakelijk voor het behoud van het in bewaring genomene.

Rechtb. Rotterdam 7 Juni 1884; W. 5037; P. v. J. 1884, 29. Bijbl.

2836. Iemand, die ter gelegenheid eener tentoonstelling bij zijne uitspanning een bordje heeft geplaatst, houdende „bewaarplaats voor rijwielen" moet geacht worden zich als bewaarnemer te hebben aangeboden. — Hof 's-Gravenhage 16 October 1905; W. 8334.

Sluiten