Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelen rechtens" is toelaatbaar. — Rechtb. Leeuwarden 27 Mei 1909; W. 8935.

21. In eene verzetprocedure blijft de bewijslast op den oorspronkelijken eischer, nu geopposeerde rusten. — Rechtb Middelburg 31 Maart 1897; Mb. Dw. XIII, 3.

22. Wanneer tusschen partijen eene overeenkomst van vervoer is tot stand gekomen en dan de partij, waarvoor vervoerd moet worden, tegen den vervoerder eene vordering tot schadevergoeding wegens wanpraestatie instelt op grond, dat hij de te vervoeren goederen niet aan den geadresseerde, maar aan een derde heeft afgeleverd, dan zal — tegenover het verweer dat de vervoerder de goederen wel aan derden afleverde, maar niet dan op den nadrukkelijken last van den geadresseerde — de eischer kunnen volstaan met het bewijs, dat de goederen aan een derde werden afgeleverd, immers na dat bewijs zal de wanpraestatie van den verweerder vaststaan, tenzij hij zijnerzijds het bewijs levert dat de aflevering bij den derde plaats had op last van den geadresseerde. — H. R. 12 Mei 1911, concl conf.; W. 9185.

23. Dit artikel verzet zich er niet tegen, dat een gedaagde, op wien geen bewijslast rust, tot bewijs van hetgeen door hem tegen den eisch wordt bijgebracht, een getuigenbewijs aanbiedt; is zoodanig aanbod van bewijs gedaan, dan kan de rechter den gedaagde tot het aangeboden bewijs toelaten, ook al is door den eischer nog geen bewijs voor zijne vordering bijgebracht. — H. R. 10 November 1899, concl conf.; W., 7357; P. v. J. 1899, 93; v. d. H,' B. R. LXV, 371; N. R. CLXXXIII, 246.

24. Wanneer gedaagde onder uitdrukkelijke ontkentenis van de beweringen des eischers vrijwillig den bewijslast op zich neemt, zal daarom nog niet de vordering des eischers zijn bewezen, wanneer de gedaagde in het door hem aangeboden bewijs niet slaagt. — Rechtb. 's-Gravenhage 1 November 1899; W. 7372.

25. Niemand kan zich over omkeering van bewijslast beklagen, wanneer een door hem zelf aangeboden bewijs wordt opgelegd. — H. R 24 Mei 1901, concl. conf.; W. 7612; P. v. J. 1901, 52; N. R. CLXXXV1II, 125; v. d. H., B. R. LXV1I, 347!

26. Wel heeft in het algemeen de partij, die bewijslast op zich neemt, niet te klagen, wanneer die last wordt opgelegd, doch dit is anders, wanneer het aangeboden bewijs ambtshalve met andere feiten wordt uitgebreid en in anderen zin wordt gebezigd, dan waarin het wordt aangeboden. — Hof Amsterdam 19 Mei 1911; W. 9234.

27. De gedaagde, die zonder eenige reserve aanbiedt om den feitelijken grondslag zijner verwering te bewijzen, moet geacht worden vrijwillig den bewijslast van den eischer te hebben overgenomen — Rechtb. Almelo 4 Maart 1903; P. v. J. 1903, 250.

28. Indien een gedaagde aanbiedt te bewijzen de waarheid van hetgeen hij in strijd met en tot tegenspraak van het recht des eischers beweert, dan ontslaat dit bewijsaanbod den eischer van bewijslast. — Kantong. Rotterdam I 6 September 1905; W. 8275.

29. Er heeft geen omkeering van bewijslast plaats, wanneer de rechter, na op grond van ten processe vaststaande gegevens de aansprakelijkheid

Sluiten