Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien de gedaagde gesteld heeft, dat slechts een gedeelte der goederen door

hem gekocht, doch het overiere door

hem in bewaring genomen werd. — Rechtb. Amsterdam 15 Maart 1889; N. M. v. H. I, 257.

350. Do levering van verkocht goed kan niet door koopmansboeken bewezen worden. — Kantong. Groningen 8 November 1886; W. 5403; Mb. Dw. 111,2.

351. Dit artikel beperkt de bewijskracht van koopmansboeken tegen personen die geen handel drijven, zelfs bij vervulling van alle hierbij gestelde voorwaarden, tot de hoedanigheid en de hoeveelheid der gedane leverantiën, zoodat als de leverantiën zelve worden ontkend, deze door de boeken niet kunnen worden bewezen. — Rechtb. Utrecht 28 October 1896; W. 6879; Mb. Dw. XII, 9.

352. De bewijskracht, die dit artikel toekent ten behoeve van den koopman aan hetgeen door hem op zijne boeken wordt gebracht, vormt eene uitzondering op den algemeenen regel uit de artt. 1912 en 1918 B. W. blijkende, dat men zich zeiven door zijn schrift geen bewijs kan scheppen; daaruit volgt, dat art. 1919 stipt en zonder eenige uitbreidende uitlegging moet worden verklaard. Bij zoodanige uitlegging moet de bewijskracht der boeken beperkt blijven tot datgene, waaromtrent bij het artikel uitdrukkelijk die kracht wordt verleend, d. i. onder de daar vermelde bepalingen, tot de hoedanigheid en hoeveelheid van de op het boek gebrachte leverantiën, zoodat aan dat artikel geen andere zin kan worden toegekend dan deze, dat, waar tusschen partijen, koopman en nietkoopman uitsluitend over de beide punten verschil bestaat en dus niet over de leverantie zelve, koopmansboeken, bewijs

kunnen opleveren. — H. R. 27 Januari 1899, concl. conf.; W. 7237; P. v. J. 1899, 15; N. R. CLXXXI, 152; v.d.H., B. R. LXIV, 69 (met bevest. Hof's-Gra-

venhage 23 Mei 1898; W. 7162; P. v. J. 1898, 53).

353. Art. 1919 B. W. bevat eene uitzondering op den algemeenen uit artt. 1912 en 1918 B. W. blijkenden rechtsregel, dat men voor zich zelf door zijn geschrift geen bewijs kan scheppen ; dit artikel moet dus zonder uitbreidende uitlegging verklaard worden. Als gevolg hiervan mag slechts in de gevallen, waarin de leverantie zelve geen bewijs meer behoeft, uit de boeken in sommige gevallen bewijs geput worden ten aanzien der hoedanigheid en hoeveelheid dier leverantie. Mitsdien mag tegenover een onsplitsbaar aveu, waartegenover de vordering in haar geheel moet worden bewezen, op grond van art. 1919 B. W. geen boekenbewijs worden bijgebracht. — Rechtb. Amsterdam 4 Februari 1903; W. 7964.

354. Indien aan het hoofd der dagvaarding een rekening-courant is geplaatst, welke de eischer verklaart een getrouw extract uit zijn richtig gehouden koopmansboek te zijn, terwijl de gedaagde noch de conformiteit met het koopmansboek, noch de richtigheid van dit laatste betwist, dan is de overlegging van het koopmansboek onnoodig en gaat de daarin gelegen bewijskracht over op de ten processe dienende rekening¬

courant. — Hof Arnhem 28 October 1885; W. 5317.

355. Aan het rekening-courantboek van een fabrikant kan bewijskracht worden toegekend, hoewel uit den aard der zaak een dergelijk boek niet naar volgorde kan volgeschreven worden, maar ieder hoofd van rekening op een

Sluiten