Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

533. De koopman die zich gastoestellen aanschaft om daarmede zijn winkel en werkplaats te verlichten, handelt als koopman, zoodat zijn daad volgens art. 4, 2°. K. is een handelsdaad, waarvan het bewijs ook door getuigen is toegelaten. — H. R. 25 October 1889 ; W. 5785; N. R. CL1II, 76; v. d. H., B. R. LIII, 291.

534. Het bedrijf van vee te stallen en van het noodige voedsel te voorzien is geen bewaarneming; het is een daad van koophandel, die door getuigen mag worden bewezen. — Rechtb. Utrecht 7 April 1897; W. 6964.

535. De eisch, welke tegen den schuldenaar zeiven een handelsvordering zou zijn, verliest dat karakter niet doordat zij, die des schuldeischers persoonlijkheid voortzetten, zelf geen kooplieden zijn. — H. R. 30 Maart 1899; W. 7262.

536. Omtrent het bestaan eener gewone burgerrechtelijke leenovereenkomst, die als zoodanig bij dagvaarding als grondslag der vordering is gesteld, is getuigenbewijs uitgesloten, ook al wordt bij dit bewijsaanbod gesteld, dat de overeenkomst eene handelsovereenkomst is. — Rechtb. Rotterdam 24 October 1900; W. 7536.

537. Voor de toelating van getuigenbewijs in handelszaken behoeft niet reeds uit de dagvaarding te blijken, dat eene handelsvordering wordt ingesteld. — Hof 's-Hertogenbosch 22 Januari 1901; W. 7755.

In tegenovergest. zin Rechtb. Maastricht 10 Mei 1900; W. 7481. Hof's-Gravenhage 27 April 1903; W. 7919; P. v. J. 1903, 300.

Art. 1937.

538. Getuigenbewijs is regel; hij, die

zich op de uitzondering van dit artikel beroept, moet deze bewijzen. — Hof 's-Hertogenbosch 28 Februari 1893; W. 6364.

Art. 1939.

539. Het proces-verbaal van een gehouden verhoor op vraagpunten kan als begin van bewijs bij geschrifte gelden. — Hof Amsterdam 28 Mei 1880; W. 4557. Kantong. Druten 4 Maart 1893; W. 6334; Mb. Dw. IX, 4.

540. Een proces-verbaal van verhoor op vraagpunten kan een begin van bewijs door geschrift opleveren, hetwelk, versterkt door vermoedens, voortvloeiende uit het verhoor van partijen in persoon, leidt tot het opleggen van een suppletoiren eed. — Rechtb. Zierikzee 21 Februari 1883; W. 6341.

541. De erkentenis door eene partij gedaan bij een verhoor op feiten en vraagpunten, dat het geschrift, waardoor de vordering bewezen had kunnen worden, gedeeltelijk door haar gesteld en geschreven werd, gedeeltelijk met haar goedvinden door de andere partij eenigszins gewijzigd werd, levert, daargelaten of in het algemeen de antwoorden ter gelegenheid van een verhoor op feiten en vraagpunten gegeven, als een begin van bewijs bij geschrifte kunnen worden aangemerkt, zoodanig begin van bewijs op, dat door getuigenbewijs tot volkomenheid kan worden gebracht -- Hof 's-Gravenhage 2 April 1902; W. 7825; P. v. J. 1902, 164.

542. Een rekening-courant, door een der erven namens hen allen met den notaris, lasthebber in den boedel, afgesloten, moet rechtens geacht worden afkomstig te zijn van alle erven zeiven. Voor de toelaatbaarheid van geschriften als

Sluiten