Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien deze de te bezweren overeenkomst duidelijk omschrijft — Rechtb. Amsterdam 27 Juni 1890; W. 5938; P. v. J. 1890, 103.

1023. Iemand, die, nadat hij zijne tegenpartij heeft opgeroepen om bij eenen door hem af te leggen decisoiren eed tegenwoordig te zijn, zich van het leven berooft, moet behoudens het geval, dat hij blijkt in abnormalen geestestoestand gehandeld te hebben, geacht worden den eed te hebben geweigerd. — Hof Arnhem 10 September 1890; W. 5923; Mb. Dw. VI, 8.

1024. Hij, die niet tegenwoordig is op het oogenblik, dat hij ter terechtzitting van den Kantonrechter wordt opgeroepen om den hem opgedragen eed uit te zweren, moet geacht worden dien te hebben geweigerd, ook al verscheen hij eenige oogenblikken later- op die terechtzitting. — Rechtb. Amsterdam 11 Juni 1889; W. 5740; P. v. J. 1889, 104; Mb. Dw'. V, 7.

1025. De verschillende bestanddeelen

van een opgelegden eed moeten als een

geheel worden beschouwd; bestaat er strijd tusschen, dan kan de eed niet worden opgelegd. — Rechtb. Amsterdam 23 April 1889; W. 5829; R. W. v. N. 678.

1026. De door den eischer opgedragen eed, dat een door hem onderteekende akte van vennootschap niet in het bezit van den gedaagde is, is niet beslissend in een geding, waarbij de eischer de ontbinding dier vennootschap vraagt, op grond van wanpraestatie des gedaagden; uit het bezit toch van zoodanig stuk, zonder meer, vloeit niet voort, dat. de vennootschap werkelijk tot stand is gekomen, veel minder, dat de gedaagde zijne verplichtingen niet

heeft nageleefd. — Rechtb. Alkmaar

25 Januari 1883; W. 4864.

1027. A. van de Koppel Gz. Kan de decisoire eed worden opgelegd als tegenbewijs van hetgeen in een notarieele akte vermeld staat? — Ac. Pr. Utrecht 1883 Aangek, in W. v. N. R 749.

1028. Behoudens het recht der tegenpartij om zich daarop te beraden, kan een eedsopdracht nog geschieden nadat de pleidooien bepaald zijn. Noch aan curators in een gerechtelijken boedelafstand, noch aan hem die tot gezegden boedelafstand toegelaten is, kan een beslissende eed worden opgedragen. — Hof 's-Hertogenbosch 19 Deeember 1882; W. 4871.

1029. De beslissende eed mag worden opgedragen, ook nadat door partijen van conclusiën reeds is gewisseld. — Hof Amsterdam 9 Januari 1885; W. 5176.

1030. Hij, die zich op een onderhandsch stuk beroept, kan ten bewijze der echtheid van de daaronder geplaatste handteekening een decisoiren eed opdragen, zulks met terzijdestelling der bij art. 176 Rv. voorgeschreven procesorde. — Rechtb. Assen 3 Januari 1881;

w. 4ööz.

1031. Een opgedragen eed, uitlatingen bevattende, die een buitengerechtelijke bekentenis inhouden, is niet litis decisoir. — Rechtb. Groningen 4 Juni 1883; W. 4923.

1032. De decisoire eed mag worden opgedragen omtrent de echtheid van eene handteekening aan de partij, aan wie zij wordt toegeschreven. — Rechtb. Zierikzee 3 Mei 1881; W. 4699; N. R. B. 1881, 10785.

Sluiten