Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettigen grond weigert een harer leden tot hare lokalen toe te laten, moet tot die toelating worden veroordeeld, met veroordeeling tot een fixum schadevergoeding voor iederen dag, dat zij mocht blijven weigeren om aan die veroordee ling te voldoen. — Rechtb. Amsterdam 9 December 1910; W. v. N. R. 2185.

Art. 1276.

788. Ingeval eener verbintenis tot het verleenen van een persoonlijk recht van uitweg over zekere gronden, kan het wegnemen van belemmeringen in de uitoefening van dat recht, gevorderd worden op den voet en de wijze omschreven in art. 1276 B. W. — Rechtb. Utrecht 25 October 1911; W. 9289.

Art. 1277.

789. Bij de uitvoering eener overeenkomst ex art. 1277 B. W. mag de partij, die de overeenkomst doet uitvoeren, de kosten niet noodeloos hoog opvoeren, maar kan zij ten laste der andere partij alleen die kosten brengen, die zij heeft moeten aanwenden om te laten doen, wat de nalatige partij zelf niet heeft gedaan. — Rechtb. Utrecht 18 December 1907; W. 8985.

790. Wanneer in een overeenkomst tot afgraving van zand bepaald is, dat het afgegraven zand het eigendom des afgravers zou zijn, dan kan de andere partij die overeenkomst ex art. 1277 B. W. zelf uitvoerende, niet over het afgegeven zand beschikken; immers dat blijft het eigendom van dengene, die moest afgraven. — Rechtb. Utrecht 18 December 1907; W. 8985.

791. Wanneer een verhuurder nalatig is in het herstellen van een schoorsteen en dan de huurder ter voorkoming van

groote schade eigenmachtig zelf tot herstel van dien schoorsteen overgaat, dan behoudt hij zijn recht op schadevergoeding wegens wanpraestatie; hierin wordt geen verandering gebracht door het voorschrift van art. 1277 B. W. — Rechtb. Amsterdam 3 Maart 1913; W. 9540.

792. Waar het geldt nakoming eener door het publiek gezag als zoodanig opgelegde verplichting is art. 1277 B. W. niet van toepassing. — Kantong. Amsterdam 29 Juni 1913; W. 9507; W. B. A. 3355.

Art. 1279.

793. Wanneer partijen bij overeenkomst hebben erkend, dat ieder hunner bevoegd zal zijn, om behoudens schadevergoeding de overeenkomst eenzijdig op te zeggen, dan komt na zoodanige opzegging geen ingebrekestelling van den contractant, die de opzegging heeft gedaan, meer te pas; deze zal ook zonder ingebrekestelling de door de opzegging veroorzaakte schade hebben te vergoeden. — Rechtb. Tiel 4 December 1908; W. 9089.

794. Ingeval eener vordering tot schadevergoeding wegens wanpraestatie, wordt eene ingebrekestelling niet overbodig, doordat een der partijen weigert de overeenkomst na te komen. — Hof Arnhem 3 November 1909; W. 8991.

795. Niet elke inbreuk op een contract brengt mede een rechtsvermoeden van schade, doch alleen de zoodanige verplicht tot schadevergoeding, waardoor werkelijk schade is toegebracht. Bijgevolg levert eene herverpachting, gedaan in strijd met een reeds bestaand contract van huur en verhuur, op zich zelf nog geen grond tot het vorderen van schadevergoeding; daarop kunnen

Sluiten