Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit onvoldoende levering zou voortspruiten. — Hof Arnhem 3 November 1909; W. 8991.

842. Het beding, dat de verkooper, zoo het geleverde niet aan dei gestelde eischen voldoet, dit zal terugnemen zonder eenige kosten voor den kooper, sluit, ook nadat die terugneming heeft plaats gehad, de vordering tot ontbinding op grond van wanpraestatie niet uit. — Rechtb. Rotterdam 28 Juni 1911; W.9323.

843. Voor het verleenen van een termijn als bedoeld in art. 1302, al. 4 B. W. zijn termen aanwezig, wanneer men te doen heeft met een schuldenaar, die gaarne aan zijne verplichtingen wil voldoen, maar tijdelijk daartoe niet in staat is, maar niet, wanneer men te doen heeft met een schuldenaar, die van zoodanige gezindheid niets heeft doen blijken, maar veeleer, zij het dan ook ten gevolge van eene verkeerde rechtsopvatting (omtrent de plaats van betaling) waarvan hij echter de gevolgen heeft te dragen, onwillig is gebleken om zijne verplichtingen na te komen. — Rechtb. Utrecht 29 December 1909; W. 9139; W. v. Not. 303.

844. Ingeval eener vordering tot nakoming eener verbintenis behoeft de dagvaarding niet door eene sommatie te worden voorafgegaan. — Rechtb. Almelo 20 Januari 1909; W. 9064.

845. Eene sommatie, waarbij de requirant stelt, dat hij niet langer wil berusten in des gesommeerden wanpraestatie en „van af heden" vordert nakoming der bestaande overeenkomst, stelt alleen in gebreke ter zake van toekomstige wanpraestatie en doet zelfs afstand van een mogelijk recht op ontbinding ter zake van vroegere wanpraestatie. — Hof Arnhem 1 December 1909; W 9027.

846. Ingeval eene vordering tof ontbinding eener overeenkomst ingesteld op grond van art. 1303 B. W. wordt toegewezen, werkt deze ontbinding terug tot op den dag der dagvaarding, niet tot op het oogenblik der wanpraestatie, met het gevolg, dat ook de andere partij harerzijds de ontbinding der overeenkomst kan vorderen op grond van feiten, wel posterieur aan haar eigen wanpraestatie, maar anterieur aan de dagvaarding der eerstbedoelde partij. — Rechtb. Utrecht 29 December 1909; W. 9139; W. v. Not. 303.

847. De wet schrijft nergens voor, en aanspraak op nakoming brengt niet mede, dat eene rechtsvordering tot nakoming eener verbintenis zoude moeten worden voorafgegaan door eene ingebrekestelling van den gedaagden schuldenaar. — H. R. 14 Januari 1910, concl. conf.; W. 8968; P. v. J. 1910, 926; N. R. CCXIV, 31; Rechtb. 's-Gravenhage 14 November 1911; W. 9273; W. v. Not. 340.

848. Wanneer in conventie en reconventie de ontbinding derzelfde overeenkomst op grond van wanpraestatie gevorderd wordt, maar de in reconventie gestelde wanpraestatie is anterieur aan die in conventie gesteld, dan moet eerst de reconventie worden onderzocht, daar toewijzing van deze vordering toewijzing van die in conventie zou uitsluiten. — Rechtb. Amsterdam 21 Februari 1910; W. 9144.

849. Wanneer eene koopovereenkomst is gesloten onder beding, dat de kooper de plaats der levering zal aanwijzen en dan, nadat de kooper in gebreke is gebleven om die plaats aan te wijzen en te dier zake in verzuim is gesteld, de verkooper de waar heeft doen aanbieden en ter beschikking van den kooper heeft gelaten, - dan is de verkooper bevoegd

Sluiten