Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vangen geld terug te betalen, is eene geldleening — die schuldigerkenning eene geoorloofde schuldoorzaak vermeldt. — Hof 's-Gravenhage 11 April 1910;

W. 9016.

905. De verbintenis tot het verstrekken van een zekere geldsom ontleent aan de verplichting van den leener om het verstrekte kapitaal na zekeren tijd terug te geven, haar eigenaardig kenmerk en vindt daarin hare oorzaak. Die oorzaak der overeenkomst is eene volkomen geoorloofde en rechtsgeldige, vermits het doel, dat de partijen bij die overeenkomst beoogen, namelijk het door den leener verkrijgen van tijdelijke beschikking over eens anders kapitaal door de eischen van het maatschappelijk verkeer gerechtvaardigd wordt. — H. R. 29 December 1911, concl. conf ; W.9289; W. v. N. R. 2225; W. v. Not. 351; N. R. CCXIX, 468 (met aanteek. van prof. mr. E. M. Meijers in W. v. Not. 351).

906. Eene vordering op grond van eenvoudige schulderkenning is als vermeldende geene schuldoorzaak niet-ontvankelijk. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 9 Mei 1913; W. 9548. (Zie nos. 538, 539, 546 en 547 Deel III.)

Art. 1372.

907. Eene verklaring, houdende: „Ontvangen van A. de som van f 5000.— om op aanvrage in zijn geheel of gedeeltelijk terug te geven", bewijst de oorzaak eener overeenkomst van bewaargeving. — Rechtb. 's-Gravenhage 10 Juni 1912; W. v. N. R. 2220.

Art. 1373.

908. Eene schuldoorzaak in strijd met de openbare orde maakt eene overeen¬

komst nietig, ook al meenden partijen, dat die oorzaak volkomen rechtsgeldig was. — Hof 's-Gravenhage 31 Maart 1911; W. 9231; W. v. Not. 328.

909. De overeenkomst, waarbij een schuldeischer tot een ondershandsch accoord toetreedt onder beding, dat hem boven de accoordpenningen nog f 3000.— zal worden uitgekeerd, heeft eene ongeoorloofde oorzaak. — Hof Amsterdam 9 Februari 1912; W. v. N. R. 2217.

910. De overeenkomst, waarbij eene vrouw zich verbindt om tegen geldelijke vergoeding buiten echt vleeschelijke gemeenschap met een man te hebben, heeft eene ongeoorloofde oorzaak. — Rechtb. Utrecht ... Maart 1912 ; W. 9398.

911. De overeenkomst, waarbij een echtgenoot zich verbindt om geen actie tot echtscheiding op grond van door hem vermoed overspel tegen zijne vrouw

in te stellen, mits een derde hem f 1000.— uitbetale, heeft eene geoorloofde oorzaak. — Rechtb. Maastricht 8 Mei 1913; W. v. N. R. 2281.

Art. 1374.

912. Het is in strijd met de goede trouw om eene huurster, die altijd trouw hare huur bij vooruitbetaling voldeed, nadat zij als gevolg eener ernstige ongesteldheid twee weken in gebreke is gebleven om die betaling te doen, in een ziekenhuis tot onmiddellijke betaling te sommeeren en daarna met buitengewonen spoed tot ontruiming te dagvaarden. — Rechtb. Rotterdam 15 Maart 1909; W. 8957 ; W. v. N. R. 2057.

913. Het is uitgesloten, dat in eene vergadering van aandeelhouders eener naamlooze vennootschap genomen besluiten bindend zijn ten opzichte van

Sluiten