Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De conversie van communaal tot individueel bezit. — Gebrek aan gegevens. — Communaal bezit van recenten datum. — Toestand in Rusland. — Het stelsel der Zuzammenlegung. — Communaal bezit en pauperisme. —

5 °/o van het loon meer als zekerheid, was het nog iets, maar niet als het percentage wordt opgevoerd, want dan zal er bij de huur toch rekening mede gehouden worden.

Nog een ander denkbeeld is, om aan de grondverhuurders aandeel in de winst der suikerondernemingen te geven. Dit denkbeeld is theoretisch niet gelukkig. Een aandeel in de winst toch, moet gebaseerd zijn op het denkbeeld, dat tot die winst is bijgedragen in den vorm van arbeid door hen die er een recht op pretendeeren. Maar, om hen die eenvoudig middelen disponibel stellen waarmee gewerkt wordt, in de winst te doen deelen, daarvoor is ethisch geen reden. De Javaansche boer is in dit opzicht niet te vergelijken met, maar er is toch eenige overeenkomst tusschen zijne stelling en die van den Europeeschen grootgrondeigenaar, verpachter van gronden, n.1. dat hij een arbeidsloos inkomen geniet. Maar om hem nu nog deel in de winst te geven, heeft geen zin. J)

Is het nu verstandig om het euvel van het voorschot zelf aan te tasten door beperking der termijnen? Neen, men kan betreuren de gevolgen, die voortspruiten uit het nemen van voorschot, maar zoolang de oorzaak tot voorschotnemen niet is weggenomen, bereikt men hiermee niets. Als die oorzaak ligt in de dringende behoefte aan geld, zooals normaal het geval is, bijv. tot aflossing van schulden, dan zal de beperking van het voorschotnemen den Inlander er toe brengen langs een anderen weg, desnoods door een woekercontract aan te gaan, aan geld te komen. Wel kan men streven naar inkorting van den termijn, maar moet men eerst zorgen dat het volkscrediet zoodanig georganiseerd is, dat de Inlander de zekerheid heeft ten allen tijde crediet te kunnen krijgen.

Hoe staat het nu met het Inlandsch grondbezit zelf en de exploitatie daarvan? Daarbij stuiten wij op de vraag, of men het communaal in individueel bezit moet converteeren of niet. In de 70er jaren was het streven bevordering der conversie, doch sedert dien tijd heeft men de conversie gestaakt en zelfs waar nu de bevolking er zelf mee bezig is, wordt er van overheidswege tegen gereageerd.

Ook ten dezen treft der Regeering het verwijt, dat zij niet tijdig de gegevens verzameld heeft om na te gaan of, wat theoretisch betoogd wordt, ook in de praktijk opgaat. Nu zijn weliswaar de karaktereigenschappen der bewoners bijv. op Midden- en Oost-Java verschillend en daardoor is vergelijking moeilijk, maar er zijn niettemin streken waar beide soorten van bezit bij hetzelfde ras worden aangetroffen en proefondervindelijk had kunnen zijn nagegaan, of daar de bezwaren die men zegt dat verbonden zijn aan het communaal bezit zich werkelijk voordoen; en daartegenover, of daar de voordeelen van het individueel bezit inderdaad zijn aan te toonen. Theoretisch is zoo iets niet uit te maken.

Bij de periodieke verdeeling vooral, maar zelfs bij die met vaste aandeelen van het communaal bezit, kan genoemd worden als grootste bezwaar dat de landbouwer de absolute zekerheid mist, die hij bij volledig

>) De positie van den aandeelhouder in eene naamlooze vennootschap is principieel anders; hij werkt zelf niet, maar loopt risico evenals de ondernemer — niet dat alle winsten van aandeelhouders daarmee goedgepraat worden, maar de aandeelhouders zijn toch ook ondernemers, en dat is de grond verhuurder niet.

Sluiten