Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want het valt niet te ontkennen, dat indien dit gevaar als niet bestaande wordt aangenomen, uit ethisch oogpunt veel voor het socialisme is te zeggen. Het arbeidsloos inkomen uit het kapitaal zou bij die organisatie verdwijnen; dat inkomen, waarvan thans het voordeel onttrokken is aan de arbeiders zou kunnen worden gebezigd voor ouderdoms- en invaliditeitspensioenen en dergelijke.

Onder voorwaarde evenwel, dat de positie der arbeiders daardoor beter zou worden; en juist daarover gaat men nu sceptisch denken, als men ziet, hoe juist in achterlijke bedrijven blijkt, dat de positie van de arbeiders veel slechter is dan in de kapitalistisch ontwikkelde bedrijven.

Uit het feit van het ontstaan van rente als er een welvaartstekort is, vloeit voort, dat vermogensvermeerdering in het belang der maatschappij en kapitaalvernietiging daarentegen in het nadeel is. Deze opvatting is in strijd met de populaire, speciaal ook zooals de laatste in socialistische geschriften tot uitdrukking komt. Als door brand vernietiging van goederen heeft plaats gehad, wordt dit betreurd, doch de leek redeneert, dat heeft toch zijn goede zijde want daardoor is er weer werk aan den winkel gekomen. AVibaut in Het Volk houdt hierover een kortzichtige beschouwing. Immers ook in een socialistische gemeenschap kan na een aardbeving en brand als in San-Francisco een buitengewone opleving in het bouwvak plaats hebben; die opleving is niet gebonden aan de kapitalistische vorming van de maatschappij. Over het geheel echter slaat men geen acht op „ce qu'on ne voit pas", dat men soms eerst bij nader onderzoek te weten komt. Die geweldige opleving in het bouwvak bijv. is zichtbaar; maar men ziet niet, dat tegelijkertijd over de gansche wereld een vermindering plaats grijpt van de mogelijkheid van beschikking over kapitalen en materialen. Door de groote vraag, stijgen de prijzen daarvan niet alleen in het verwoeste gebied, maar over de geheele wereld en daarmee ook de vergoeding voor het afstaan van kapitaal door de gelukkige bezitters hiervan. Dit is gebleken na den Balkanoorlog, toen als gevolg van dien oorlog een groote rentestijging op alle geldmarkten werd geconstateerd. De groote vraag naar geld om de nadeelige gevolgen van dien oorlog te compenseeren, had een sterke rentestijging ten gevolge. ')

Wat is in een gegeven tijd de normale rente? Dat moet worden nagegaan aan zoodanige effecten, die vormen een duurzame belegging: in de eerste plaats de eerste klasse Staatsfondsen, daarna particuliere fondsen. De rentevoet blijkt

!) De vraag naar kapitaal is altijd een vraag naar nieuwgevormd kapitaal. Al naar er opnieuw behoefte is aan kapitaal en min of meer gemakkelijk in die behoefte wordt voorzien, klimt of stijgt de rente. De rente van het in belegging vastgelegde kapitaal, wordt door kapitalisatie van de rente in overeenstemming gebracht met de rentevoet van het nieuwe kapitaal. Als de rentestandaard daarvan omhoog gaat, dalen de effecten in koers omdat tegenover die nieuwe renten de oude papieren een te lage belegging toonen. Zoo converteerde de Nederlandsche Staat zijne leening in 1896 tot een 3% normale rente. Die effecten zijn nu van 100 op 70 °/o teruggeloopen, niet, omdat het Staatscrediet is aangetast, maar omdat men veel meer van zijn geld kan maken door het te beleggen in een nieuwe leening, waarvoor men grif 47i °/o maken kan. Het vlottende kapitaal bepaalt dus de rente. Indien dit zoo is, dan kan men zich de volgende vraag stellen: Als nu een solide Staat leent, leent die dan naar gelijke maatstaf vóór en na den Balkanoorlog? En dan blijkt dat de rentevoet na den oorlog veel hooger is geworden.

V ermogens vermeerdering is een voordeel, kapitaalvernietiging een nadeel voor de maatschappij. — De vernietiging niet altijd zichtbaar in een hoogere rentevoet.

Sluiten