Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de afsluiting van collectieve contracten. Zoo moet de ondernemer vrij blijven om met bepaalde personen al of niet samen te werken. Men kan wel eischen dat de ondernemer zich bij zijn keus dan niet door wraakgevoel zal laten beheerschen; maar hij moet vrij zijn in zijne beslissing, wie hij in zijn dienst wil houden, wie ontslaan, als hij dit voor verdere samenwerking noodig acht.

En hoe begrijpelijk het zijn moge dat werkliedenvereenigingen zich getroffen voelen als hunnen voorlieden het ontslag treft, men mag den ondernemer dat ontslagrecht niet onder alle omstandigheden benemen.

In tweeërlei opzicht kan men voor dit vraagstuk een oplossing vinden: 1°. door weliswaar de vrijheid van den ondernemer om te ontslaan onaangetast te laten, maar als daartoe goede redenen zijn eene schadevergoeding voor te schrijven, waarvan de grootte eventueel door een scheidsgerecht moet worden bepaald; en

2°. door de leiders der vereeniging te maken tot „vrijgestelden", d.w.z. personen niet tevens in dienst van een ondernemer maar uitsluitend van de vereeniging. Hiervan zijn vele voorbeelden in Engeland en Duitschland en ook hoe langer hoe meer ten onzent. Men beseft daar dat het leiden van vakvereenigingen zoo moeielijk is, dat men dit niet den eersten den besten spreker onder de werklieden kan opdragen, maar dat het den geheelen persoon eischt. \ andaar in Engeland het afnemen van zware examens aan hen die bestuurder van de vakvereeniging willen worden; zoo krijgt men in het bestuur personen aan wie men zelfs de leiding van een onderneming zou durven toevertrouwen. Het gevolg is, dat bij de onderhandelingen tusschen werkgevers en werknemers men te doen heeft met „ebenbürtige" partijen; dat ook aan de zijde der werklieden inzicht bestaat in de bestaansvoorwaarden en de toekomst van het bedrijf.

Zie in het Rapport der Commissie uit de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers „De organisatie van werkgevers", deel I—V. J)

Over de hoogte van de ondernemerswinst valt weinig te zeggen. Bij het kleinbedrijf wordt zij sterk beïnvloed door den stand van het arbeidsloon, want de overgang van arbeider tot ondernemer is er gemakkelijker. Hij die van arbeider ondernemer wil worden, kan met voldoende kennis van zaken oordeelen over de behoeften der onderneming, terwijl ook het geringe benoodigde kapitaal den overgang vergemakkelijkt. De bouwvakarbeider die wat heeft opgespaard, gaat zelf bouwen, en al verdient hij gedurende den bouw weinig meer dan zijn gewone weekloon, hij hoopt op voordeel bij verkoop van zijn perceel. Grelukt dit, dan werkt hij zich langzamerhand op tot groot-ondernemer, en anders wordt hij weer gewoon arbeider. Zoo is het ook bij de slagers, die dank zij de abattoirs en de huidige wijze van vleeschleverantie geen groot bedrijfskapitaal noodig hebben om een zaak op te zetten.

Stijging van arbeidsloon prikkelt tot het verlaten van een bedrijf, verlaging tot het opzetten van zaakjes, en zoo hebben wij in den stand van het arbeidsloon een maatstaf voor de ondernemerswinst.

Tusschen arbeider en ondernemer is ook in sociaal oogpunt geen groote afstand.

Hoogte van de ondernemerswinst. — Kleinbedrijf sterk beinvloed door den stand van het arbeidsloon. — Overgang van de positie van arbeider naar die van ondernemer en omgekeerd bij klein- en grootbedrijf.

') Hierin vindt men ook iets over het verschil in inzicht bij Duitschers en Engelschen omtrent de verhouding van den werkgever tot den arbeider.

11

Sluiten