Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Protectie d.m.v.

invoerrecht leidt

tot een andere verdeeling, een verplaatsing, niet tot verhooging der productie.

er invoerrecht gelegd wordt op artikelen die door de exportindustrie worden gebruikt, krijgt deze hooger lasten te dragen in den vorm van grondstoffen en loonen, zonder dat zij die lasten op de buitenlandsche consumenten kan verhalen. En de buitenlander is niet bereid meer te betalen vanwege het invoerrecht, in het binnenland geheven. In tegenstelling met de subsidieering heeft heffing van invoerrecht dus als gevolg een veel algemeener prijsverhooging en een

nadeelige werking op andere industrieën.

Het bezwaar, dat door den consument meer betaald wordt dan in de schatkist vloeit en daardoor het premie-inkomen wordt vergroot, doet zich vooral voor bij een speciale soort van invoerrecht n.1. de graanrechten. Deze verhoogen den prijs van het graan onafhankelijk van de plaats waar het wordt gewonnen, met het gevolg dat het premie-inkomen, dat niet door den verbouwer, maar door den grondeigenaar als zoodanig genoten wordt (zie grondrente, pag. -2 v.) wordt verhoogd en dus niet in de eerste plaats aan eerstgenoemde ten goede komt. Teekenend was, dat toen in 1897 in den verkiezingsstrijd de kans ontstond opheffing van graanrechten, in verschillende pachtcontracten de bepaling wer opgenomen dat de pacht zou worden verhoogd als er inderdaad rechten werden geheven. Dit bezwaar geldt natuurlijk niet als verbouwer en eigenaar dezelfde

P Nu moet hierbij worden gewezen op een bestaand misverstand. Het is gebruikelijk, tot aanbeveling van graanrechten een beroep te doen op e spreuk „Hat der Bauer Geld, so hat es die ganze Welt . (Zie pag. 107 1 deel).

Een dusdanig gebruik is misleidend:

Allereerst dateert de spreuk uit een tijd, dat de volkswelvaart werkelijk bijna geheel afhankelijk was van den uitkomst van den oogst, een tijd dat ons land nog landbouwstaat was. In zulk een tijd is zulk een .spreukbegr,gpdgken juist. Maar als de basis voor die spreuk is verdwenen, als er slechts /„ de bevolking van den landbouw leeft, als in Engeland, meer niet, dan is de landbouw niet langer voorwaarde voor de volkswelvaart.

Maar bovendien wijst de spreuk zelf op het verschil in toestand tengevolge van natuurlijke oorzaken. Als een groep boeren in het eene jaar kan besc i ken over een oogst van 100.000 H.L., in volgende jaren over een veel gering hoeveelheid product, spreekt het vanzelf dat er in het eerste ulaats heeft van de met dien landbouw samenhangende industrieen. D treffend gedemonstreerd door Amerika, waar, als er in het eene jaar een goe e oogst is gemaakt, het volgend jaar, als de oogst is gereahseerd, economische

rCU ~ protectionistisch» maatrad»

over hooger inkomsten, die inkomsten worden verkregen ter. koste van inkomen van de rest der bevolking en verlevendiging van de industrie is dus Xt van te verwachten. Wat de boeren meer kunnen uitgeven moeten de

andere b°™lkl"gSvan ZOodanige protectie een andere verdeeling, maar geen verheuging van de productie. De productie door enkele industneen^gaat gemakkelijker, maar men loopt gevaar dat die productie gedwongen fZn van bedrijf, die daartoe op grond van natuurlijke oorzaken niet zijn