Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat ook duizenden Nederlanders in Rusland waren omgekomen, vreugde, omdat men op verlossing begon te hopen. Kloeke mannen, als Gijsbert Karei van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en de graaf van Limburg Stirum, overlegden al in stilte, wat men moest doen, om Nederland weer vrij te maken. Hun doel was, Prins Willem van Oranje, den zoon van stadhouder Willem V, tot vorst te verheffen.

Maar nog altijd waren hier de Fransche soldaten en men kon dus niets beginnen. Na den slag bij Leipzig echter, den 14den November 1813, verlieten de Fransche troepen Amsterdam en gingen naar Utrecht. Toen kwam in de hoofdstad het volk in beweging. Zingende en schreeuwende trok het door de straten; weldra beging het baldadigheden en verbrandde de huisjes der douanen. Spoedig echter werd het weer rustig in de stad.

Iets anders gebeurde in Den Haag. Op den morgen van den 17den November verschenen de graaf Van Limburg Stirum en de zoons van Van Hogendorp met de oranjekokarde op straat. Weldra droeg al het volk oranjelinten en klonk het „Oranje boven!" door de stad. Nu verklaarden V^an der Duyn en \ an Hogendorp, dat zij voorloopig het land zouden besturen, totdat de 1 rins van Oranje kwam, en dat men niet langer de Franschen behoefde te gehoorzamen.

Ook in Amsterdam waren eenige heeren, die na het vertrek der Fransche troepen de stad bestuurden, maar dezen durfden nog niet in verzet komen tegen de Franschen. Zij waren bang voor de soldaten, die nog altijd in Utrecht waren en dus gemakkelijk konden terugkomen. Toen echter Russische en Pruisische troepen in het land kwamen, om de Franschen te verdrijven, werd ook te

Sluiten