Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij de Christus, de Koning, was. Pilatus vroeg den Heere of dit zoo was. Toen antwoordde Jezus, dat hij wel Koning was, maar niet van een aardsch koninkrijk! Pilatus begreep dit niet, maar wel bemerkte hij, dat Jezus onschuldig was. Hij zeide dit den Joden, maar dezen hielden vol, dat Jezus het geheele land van Galilea af tot opstand had opgewekt. Toen Pilatus nu hoorde, dat Jezus uit Galilea was, zond hij hem naar Herodes, den viervorst dier provincie, die te Jerusalem vertoefde. Zoo hoopte hij van deze lastige zaak af te komen.

Als nu Herodes Jezus zag, verheugde hij zich, want hij hoopte, dat Jezus voor hem eens een wonder zou doen. Maar Jezus zweeg, wat Herodes ook vroeg. Toen bespotte deze hem en zond hem terug met de tijding, dat hij in hem

geen schuld vond.

Daarop wilde Pilatus Jezus loslaten. Om het volk genoegen te doen, stelde hij echter voor hem eerst te geeselen. Maar men bleef Jezus dood eischen.

Toch trachtte Pilatus nog Jezus vrij te laten zonder het volk te verbitteren. Op het paaschfeest werd altijd een ter dood veroordeelde losgelaten. Nu stelde hij een moordenaar en oproermaker Bar-Abbas naast Jezus en vroeg: „Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten ?

Terwijl men zich hierover bedacht liet Pilatus' vrouw haar man vragen Jezus geen kwaad te doen, want in den droom had zij veel om hem geleden! Ondertusschen stookten de priesters het volk op en toen Pilatus terugkeerde riep men: „Laat ons Bar-Abbas los en kruis Jezus."

Toen trachtte Pilatus het medelijden voor Jezus op te wekken. Hij bracht hem naar buiten bekleed met een ouden soldaten mantel, met een doornen kroon op het hoofd en een rietstok als scepter in hauden en zeide: „Zie de mensch."

Sluiten