Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leiding of rivier inkomen, waaronder gaboes, Iele e.a., welke zich evenzeer met de jonge plantvisch voeden.

Yolgens mededeeling schiet de goudvisch zelden meer dan eens in de drie maanden kuit en wordt ei* voor hare bevruchting gerekend op één mannetje voor elke 3 tot 5 wijfjes. Deze bibit of legvisch heeft bij eene lengte van 25 tot 35 cM. eene breedte van 7 tot 10 cM. en kost naar de grootte van f 0.50 tot f 2.50 per paar.

Vóór en onmiddellijk na den rij- of legtijd houdt men mannetjes en wijfjes bij elkander in den vijver nabij het woonhuis. Zij worden behoorlijk gevoederd, gewoonlijk met katjangoliekoeken (gegempa of boengkil en ontjorn), waarover hooger reeds gehandeld is, wijders met geraspt klappervleesch, waarvan men de z.g. melk of tjipati (Jv. santen) heeft uitgeperst, om die tot olie in te dampen; ook wel met joejoe, almede uitgeperste, maar niet meer versche, doch een paar dagen oude geraspte klapper, waarover later het een en ander zal worden gezegd bij de bereiding van klapperolie. Die het betalen kunnen, geven hun legvisch van tijd tot tijd padi, welke aan den bos of gedeng in het water wordt gehangen. Voorts vindt de legvisch nog voedsel in allerlei afval o.a. van servies en keukengereedschap, welke in den vijver afgespoeld en gewasschen worden, — al is die afval alleen dan van eenige beteekenis, wanneer de eigenaar een feest geeft, waaraan een sidëkah of maaltijd verbonden wordt.

In hoofdzaak onderscheidt de Soendanees twee soorten van vischvijvers: le die, welke geheel kunstmatig en wel door uitgraving zijn aangelegd en 2fi de zoodanige, die middels opdamming van eene terreininzinking zijn daargesteld.

Deze laatste heeft men uitteraard buiten de enceinte der kampoengs tusschen de grillige terreinplooien te zoeken en heeten sitoe; terwijl de andere vijvers juist binnen de nederzettingen of in hare onmiddellijke nabijheid worden aangelegd en verschillende benamingen dragen.

Men noemt zulk een' vijver koelah, wanneer hij van bescheiden afmetingen, gewoonlijk vierkant soms langwerpig ook wel in onregelmatigen vorm, maar toch nabij het woonhuis uitgegraven

Sluiten