Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yeel algemeener dan deze Roerdomp is intusschen de Nachtreiger, Nycticorax griseus, L., (Fig. 31), de eenige Indische vertegenwoordiger van een geslacht, dat zich van de andere Ardeidae onderscheidt door een korteren en zeer krachtig gebouwden snavel, welks rug tamelijk sterk is gebogen. Ook de nek is kort en dik.

Bij den volwassen vogel zijn de veeren van den kop en het achterhoofd zwart; onder de laatste, die alle eenigszins verlengd zijn, zijn er twee of meer, die naar achteren tot over meer dan de halve lengte van het lichaam reiken en over het grootste gedeelte van dien afstand wit zijn. Rug- en schouderveeren zwart, met een groenachtigen metaalgloed. Voorhoofd, eene superciliairstreep, wangen, kin, keel, onderdeelen en schenen wit, dat geleidelijk overgaat in de roodachtig grijze kleur van de bovendeelen, de vleugels en den staart. De bek is zwart, de iris rood, de pooten zijn geelachtig groen.

Bij jeugdige dieren zijn de bovendeelen bruin met lichte schaftstreepjes, de onderdeelen wit, met bruin gestreept, terwijl de slagpennen bruinachtig grijs zijn met witte uiteinden.

Als inlandschen naam hoort men dikwijls koendoel malam, maar meer nog, naar het stemgeluid, kwak of koeak.

De Nachtreigers komen gewoonlijk in troepen voor, die zich in hoog geboomte ophouden. Hoewel zij dikwijls overdag verre van rustig zijn en er bijna altijd eenige van het gezelschap rondom de algemeene verblijfplaats rondvliegen, is toch het duister de tijd hunner grootste activiteit. Dadelijk na zonsondergang vliegen zij uit, om in den zeer vroegen morgen weder terug te keeren. Hun luid geroep klinkt des avonds dikwijls door de lucht. Als maaginhoud zijn gevonden visschen, kikvorschen en (door Vorderman) een spitsmuis (tjeroeroet, Crociduramurina, L.)-

Waar zij, zooals dikwijls voorkomt, in de boomen van pleinen en lanen verblijf houden, worden zij hinderlijk en onaangenaam door hunne uitwerpselen, maar zij zijn zoo weinig schuw, dat ze zelfs door geregelde jachten niet zijn te verdrijven.

De nesten worden op de gewone wijze der reigers van takken gemaakt en bevatten vier of vijf lichtgroene eieren.

Het is zeer moeielijk zich eenige voorstelling te maken van

Sluiten