Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plegaclis falcinellus, L. vertegenwoordigen hier de familie der Ibidae, die zich van de echte Reigers en van de Ooievaren onderscheidt door het bezit van een sterk gebogen snavel (Fig. 32).

Ibis melanocephala is zeer gemakkelijk te herkennen aan het effen witte vederkleed, dat sterk afsteekt bij den kop en den hals, die kaal en geheel zwart zijn. Volgens eene mededeeling van Vordebman, die echter van 1881 dateert, is deze vogel, die meer op het vasteland van Indië thuis behoort, gedurende het geheele jaar in de omstreken van Batavia te vinden. Ik zelf heb hem op Java nooit waargenomen, hoewel hij zoowel door zijn eigenaardig voorkomen als door zijn vrij aanzienlijke grootte spoedig genoeg in het oog moet vallen.

Van de tweede soort geldt hetzelfde. Ook deze behoort op het vasteland van Azië thuis en komt slechts gedurende de wintermaanden naar het Zuiden. Zij is kleiner dan de vorige en heeft een fraai, glanzend vederkleed. Kop, nek, rug en schouders zijn bruin, vleugels en staart zwart, onderdeelen lichtbruin. In het win terkleed vertoonen zich eenige witte streepjes op kop en nek, terwijl in het paarkleed de bovenkop groenachtig purperrood is.

Plegadis falcinellus is een der vogelsoorten, die eene zeer groote geographische verspreiding hebben. In den trektijd heeft men hem zelfs in ons vaderland en in nog noordelijker streken waargenomen.

c. Familie der Ooievaren fCiconiidaeJ.

Deze familie onderscheidt zich van de Ibissen door den rechten (of, zooals bij het geslacht Tantalus, hoogstens aan de punt eenigszins gebogen) snavel en van de Ardtidae door de afwezigheid van eene groef in den bovensnavel.

Overigens is de snavel ook hier lang en krachtig. De vleugels zijn lang, de staart is kort. De pooten zijn zeer lang; de drie naar voren gerichte teenen zijn aan de basis door een klein vlies met elkander verbonden en van middelmatige lengte. Ook de klauwen zijn kort en stomp.

Sluiten