Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voedsel bestaat uit alles, wat op den grond van dierlijken aard is te vinden, terwijl zij tegen de avondschemering ook in de vlucht jagen en wel vooral op de alsdan uitvliegende termieten. Dat zij uitnemende vliegers zijn en bij de jacht een groote behendigheid aan den dag leggen, behoeft wel geen betoog na hetgeen hierboven over hun lichaamsbouw werd gezegd.

Een tweede, op Java waargenomen Zwaluwplevier is Stiltia isabella, Vieill. Deze komt niet van het Noorden tot ons, maar van hot vasteland van Australië en verlaat bijgevolg haar broedplaats, voor zooverre het klimaat haar daartoe brengt, in den oostmoesson. Yorderman nam haar in dat jaargetijde in grooten getale waar op de, bij eb drooggeloopen zandstrooken van de zeeoevers bij Tandjong Pandan op Billitcr. Zij is onder meer te herkennen aan de isabella-zoomen der vederen van bovenkop, nek, mantel en rug.

b. Familie der Plevieren (Charadriidae).

De meest bekende vertegenwoordiger van deze familie is de troelek, Charadrius fulvus, Gm., bij de Bataviaasche zondagsjagers onder den naam „dikkop" bekend. Zooals alle Plevieren, komt hij hier slechts op den trek en hoort in noordelijker streken thuis.

Men krijgt hem hier dus slechts in het winterkleed te zien, dat aanmerkelijk van het paarkleed verschilt. Bij het laatste zijn alle onderdeelen nagenoeg zwart, terwijl bij het eerste de buik, de flanken, de schenen en de onderste staartdekveeren zuiver wit, de hals en de krop isabellageel zijn.

De bovendeelen en de buitenste vleugeldekveeren zijn rossig zwart en stroogeel gevlekt. De teugels, de streek rondom het oog en de wangen hebben de kleur van den hals. Lichaamslengte 24 c.M.

Minder algemeen is de troelek besar, Squatarola helvetica, L., die een dergelijke seizoen-verandering in gevederte vertoont. Hij is van de vorige soort te onderscheiden door zijn meerdere grootte (+ 30 c.M.) en door het bezit van een achterteen, die weliswaar klein, maar duidelijk waarneembaar is. Ook is zijn

Mtded. D. y. L. VII. 5

Sluiten