Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze in de lucht geworpen en met buitengewone behendigheid altijd zóó opgevangen, dat hij met den kop naar voren naar binnen glijdt.

Het verlaten van het water schijnt den vogel nogal moeite te kosten, ten minste hij werkt eenige oogenblikken met vleugels en pooten beide, voordat hij vrij kan opvliegen. Maar eenmaal in de lucht blijkt hij een uitstekende vlieger te zijn, die als een roofvogel groote kringen beschrijft en zich eindelijk neerzet. Voor dit laatste had hij een vast plekje uitgekozen en wel de top van een hooge Araucaria in den tuin van het paleis. Nauwelijks was hij daar gezeten, of de hals werd een weinig ingetrokken en de vleugels werden uitgebreid, zoodat hij dan geheel het voorkomen had van den adelaar van het Pruisische wapen. Steeds hield hij daarbij, vermoedelijk om zich te warmen en te drogen, zijn rug naar de zon gekeerd.

Het behoeft wel geen betoog, dat deze vogel voor de vischteelt schadelijk is maar hij is, althans in het binnenland, nergens algemeen en bovendien in den regel zóó schuw, dat hij de nabijheid van den mensch liefst zooveel mogelijk vermijdt.

d. Familie der Pelikanen (Pelecanidae).

Eene beschrijving van dit algemeen bekende vogeltype, dat hier onder den naam gangsa laut bekend staat, acht ik overbodig. Twee soorten zijn langs de kust van Java waargenomen, Pelecanus roseus, Gm. (Fig. 51) en Pelecanus philippensis, Gm.

Bij de eerste soort, die iets grooter is (lichaamslengte zonder de pooten + 160 c.M.), reikt het bevederde gedeelte van het voorhoofd met een punt tot aan de basis van de bovenkaak; bij de tweede soort, die een lichaamslengte heeft van + 145 c.M., eindigt de bevedering van het voorhoofd langs een concave dwarslijn.

Beide soorten voeden zich uitsluitend met visch. Zij zijn zeer schuw en daarom moeielijk te verkrijgen.

e. Familie der Meeuwen (Laridae).

Eigenlijke Meeuwen van het geslacht Larus komen hier niet voor; daarentegen wel talrijke soorten van het geslacht Sterna

Sluiten