Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Simeon bezong in den tempel het Kindeke, dat hij in zijn armen hield, als den luister van Israël en tevens als het licht ter openbaring voor de heidenen (Lc. II, 32).

Verlicht en versterkt door de genade, gingen de Wijzen ter bedevaart naar Jeruzalem. In die stad gekomen, vragen zij aanstonds: „Waar is de nieuwgeboren Koning der Joden? Want zijn ster hebben wij gezien in het Oosten en wij zijn gekomen om hem te aanbidden".

Toen koning Herodes dit hoorde, ontroerde hij van schrik, en geheel Jeruzalem met hem. Herodes vreesde voor zijn troon, en de burgers der hoofdstad vreesden den achterdochtigen en wreeden dwingeland, die tot alle gruwelen in staat was. Herodes, overtuigd, dat de vraag der Wijzen den Messias betrof, riep de opperpriesters (de hoofden der priesterafdeelingen) en schriftgeleerden ter vergadering, en legde hun de vraag voor, „waar de Christus moest geboren worden". Het antwoord stond in de heilige Boeken, en met verwijzing naar den profeet Micheas, V, 2, antwoordden zij: In Bethlehem van Juda. Nu Herodes de plaats kent, waar de Christus geboren is, heeft hij reeds het plan gemaakt, hem te vermoorden. Om zijn doel met nog meer zekerheid te bereiken, wil hij ook juist den tijd kennen, waarop de ster verschenen was, om hierdoor den ouderdom van het kind te berekenen. Hij ontbiedt de Wijzen en verneemt den tijd, waarop de ster verscheen.

Tot welslagen van zijn goddeloos plan gebruikt hij nog de list van huichelachtige vroomheid, en zegt: „Gaat en ondervraagt zorgvuldig naar het kind; en als gij het zult gevonden hebben, boodschapt het mij dan, opdat ook ik kome en het aanbidde".

De Wijzen vertrokken nu naar Bethlehem, dat slechts twee uren van Jeruzalem lag. Buiten de stad aanschouwden zij weer de wonderbare ster, die zij in het Oosten, maar later niet meer gezien hadden; en groot was hun vreugde. Nu ging de ster voor hen uit, totdat zij bleef staan boven de plaats, waar het Kind zich bevond. Zij gingen het huis binnen, vonden het Kind met Maria, zijn Moeder, vielen ter aarde en aanbaden het. Daarna openden zij hun kisten en offerden hun geschenken: goud, wierook en mirre.

Sluiten