Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij zouden geen zonde hebben; maar zij hebben die gezien, en toch hebben zij èn Mij èn mijn Vader gehaat". Jo. XV, 24.

2°. Welke Hij door eigen macht verrichtte. De wonderen, door Christus ten bewijze zijner Godheid verricht, zijn op zich zelf reeds een onwraakbaar bewijs, dat Hij waarlijk God is; maar dit bewijs wordt nog sterker door de omstandigheid, dat Christus uit eigen macht wonderen deed. Andere wonderdoeners werkten niet uit eigen macht, maar door een bijzondere kracht, die zij van God ontvingen. Toen Petrus den kreupelgeborene genas, sprak hij: „In den naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op, en wandel" ! Act. III, 6. Christus daarentegen sprak tot den melaatsche: „Ik wil, word gereinigd". Lc. V, 13. Christus treedt als wonderdoener op in eigen naam, uit eigen kracht, en bewijst daardoor, dat Hij is de Almachtige, die over de gansche schepping naar welgevallen gebieden kan.

Als eigenmachtig wonderdoener deelde Hij die macht ook mede aan zijn Apostelen: „Geneest zieken, wekt dooden op, reinigt melaatschen, drijft booze geesten uit". Mt. X, 8. Hij voorspelde, dat de leerlingen in zijn Naam wonderen zullen verrichten {Mc. XVI, 17). En Marcus verhaalt ons, dat de Apostelen overal het evangelie predikten, terwijl de Heer hun woord door wonderwerken bevestigde (XVI, 20).

Als dan Christus zijn wonderwerken aan den Vader toeschrijft (Jo. V, 19), wil Hij hiermede zeggen, dat de almacht (evenals de natuur) in den Vader en Hem een en dezelfde is. Daarom voegt Hij er bij: „Alles wat de Vader doet, dat doet ook de Zoon desgelijks".

3°. Welke Hij in het bijzijn van vele menschen verrichtte.

Christus verrichtte zijn wonderwerken niet in besloten gezelschappen, maar in 't openbaar; niet alleen in de tegenwoordigheid van zijn leerlingen, maar veelal voor een groote menigte volks, in het aangezicht ook zijner vijanden. Zijn wonderen waren zoo algemeen bekend, dat zelfs zijn vijanden, die er het grootste belang bij hadden deze wonderen te loochenen, het nooit hebben aangedurfd. Toen b.v. Christus Lazarus van den dood had opgewekt, trokken groote scharen

Sluiten