Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Omdat, gelijk uit de Handelingen der Apostelen (I, 22) blijkt, het persoonlijk-kunnen-getuigen van Christus' verrijzenis als een kenmerkend onderscheid tusschen het apostolisch twaalftal en anderen door de Apostelen beschouwd werd.

2°. Gelijk Hij voorspeld had.

e. De opstanding van Christus is eindelijk zijn grootste wonder, omdat Christus zelf zoo dikwijls en zoo uitdrukkelijk dit wonder voorspeld en als teeken zijner goddelijke zending heeft aangewezen. Reeds vroeger had Jezus in geheimzinnige woorden over zijn dood gesproken (/o. II, 19; 111, 14), maar, na de uitdrukkelijke belijdenis van zijn Godheid door Petrus, „begon Jezus (openlijk) zijn leerlingen te kennen te geven, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan, en veel zou moeten lijden van de Ouderlingen en de Schriftgeleerden en de Opperpriesters, en dat Hij gedood moest worden, en ten derden dage verrijzen' Mt. XVI, 21. Die voorspellingen waren ook bekend aan de Opperpriesters, en daarom vroegen zij Pilatus, het graf te bewaken (Mt. XXVII, 62—66). Hieruit blijkt duidelijk, dat Christus sprak van de verrijzenis zijns lichaams, en niet, gelijk sommige ongeloovigen beweren, van de zegepraal zijner leer, van de voortleving zijner geestelijke gemeenschap met de geloovigen. Christus stelde zijn lichamelijke verrijzenis als teeken zijner goddelijke zending. Toen Hij, in 't begin van zijn openbaar leven, de woekeraars uit den tempel dreef, vroegen de Joden naar een teeken zijner goddelijke zending. Jezus antwoordde: „Breek dezen tempel af, en in drie dagen zal Ik hem oprichten" Jo. II, 19. Hiermede bedoelde Hij den tempel van zijn lichaam, gelijk de leerlingen na zijne verrijzenis begrepen. En tot de Schriftgeleerden, die een zelfde teeken eischten, sprak Hij: „Een boos en overspelig geslacht vraagt een teeken, en geen teeken (d. i. buitengewóón wonderwerk) zal hun gegeven worden, dan het teeken van Jonas, den Profeet. Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten geweest is in den buik van den walvisch, zoo zal de Zoon des menschen in het hart der aarde zijn drie dagen en drie nachten". Mt. XII, 39, 40.

De opstanding uit de dooden is derhalve het groot bewijs van de goddelijke zending van Christus, maar ook van zijn

Sluiten