Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk: „Hosanna (heil) den Zoon van David! Gezegend hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge"! Mt. XXI, 9. Hoe dichter Jezus de stad nadert, des te grooter wordt de jubelende schare, des te hooger klimt de geestdrift.

En langzaam daalde de stoet langs de zachte glooiing van den Olijfberg, aan wiens voeten de trotsche stad in haar volle schoonheid lag uitgespreid. Toen Jezus nu zijn oogen op de stad richtte, begon Hij, terwijl allerwegen de vreugdeliederen weergalmden, bitter te weenen. Hij dacht aan de verschrikkelijke boosheid van Jeruzalem, dat hardnekkig weerstand bood aan alle genaden en zijn Messias zou kruisigen; aan de vreeselijke straffen, die de godmoordende stad boven het hoofd hingen, en Hij verzuchtte: „Indien ook gij erkendet, toch nog op dezen uwen dag, wat tot uw vrede dient!... doch nu is het voor uw oogen verborgen. Want er zullen over u dagen komen, dat uw vijanden u met een wal zullen omgeven, en u omsingelen, en u benauwen van alle kanten; en zij zullen u tot den grond toe verdelgen, en uw kinderen in u, en niet een steen zullen zij in u op den anderen laten, omdat gij den tijd uwer bezoeking niet erkend hebt" Luc. XIX, 42—44.

Te Jeruzalem aangekomen, trok Jezus den tempel binnen en ging in den avond naar Bethanië, waar Hij ook de volgende nachten doorbracht, waarschijnlijk in de woning van zijn vriend Lazarus. Eiken dag vond men Hem in den tempel, waar Hij, gelijk drie jaren vroeger, de kooplieden en wisselaars uitdreef, waar Hij het volk onderwees, de verwoesting van den tempel voorspelde, de huichelarij der Farizeën ontmaskerde en tot achtmaal toe het dreigend „zuee" tegen die booswichten uitsprak.

Zoodra nu op den eersten dag van het Paaschfeest (Witten Donderdag) de eerste sterren aan den hemel flikkerden, nam Jezus met zijn Apostelen in een zaal te Jeruzalem plaats aan de feesttafel, om naar joodsch gebruik het heilig paaschmaal te vieren *). Dit paaschmaal bestond uit een gebraden

') Wij kozen bij de beschrijving- van het laatste avondmaal de volgorde der feiten, die ons de meest waarschijnlijke scheen (Zie Dr. Ceulemans in Mt. XXVI). Wij laten de andere meeningen in haar volle waarde.

Sluiten