Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus stierf, omdat Hij het wilde. Na de vreeselijke martelingen en het ontzettend bloedverlies moest de dood natuurlijk volgen; maar de ziel van Christus kon, krachtens haar vereeniging met de Godheid in de eenheid der persoonlijkheid, haar lichaam tegen de uitwerking van die moorddadige oorzaken vrijwaren 1). Daarom kon Christus ook als mensch getuigen: „Niemand neemt Mij het leven af, maar Ik leg het af uit Mij zeiven, en Ik heb macht, om het af te leggen, en macht, om het weder aan te nemen". Jo. X, 18.

111. Wanneer is Christus gestorven?

Christus is gestorven op Goeden Vrijdag, na den middag omstreeks drie uur.

Deze dag wordt Goede Vrijdag genoemd, omdat Christus ons op dien dag door zijn kruisdood van de slavernij der zonde en van de eeuwige verwerping verlost, met God verzoend, en voor ons de eeuwige zaligheid verdiend heeft. Op dien dag wordt het H. Misoffer niet opgedragen, omdat de Kerk geheel verslonden is in de beschouwing van het bloedig kruisoffer op Calvarië. Sinds de zesde eeuw heeft op dien dag de plechtige kruisvereering plaats, omdat op dien dag het kruis, vroeger een werktuig van foltering en een teeken van schande, een middel van zaligheid, een teeken van heerlijkheid geworden is. Van de tijden der Apostelen af werd die dag in strenge vasten en onthouding doorgebracht, en het geheel jaar door wordt de herinnering aan dien dag op alle Vrijdagen door de onthouding van vleeschspijzen gevierd J).

Wonderen bij den dood van Jezus.

Een duisternis van drie uren was reeds den dood van Jezus voorafgegaan, andere wonderen zullen zijn dood volgen. Terwijl Jezus sterft, scheurt eensklaps het zware voorhangsel van den tempel, dat het Heilige der heiligen afsluit, in twee stukken van boven tot beneden. De voorhoven van den tempel zijn vol volk, want het uur des avondoffers was geslagen, en de

1) 3, q. 47, a. 1. 2) Zie Brouwers, Het Kerkelijk Jaar, bl. 227.

Sluiten