Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet mogelijk uit te maken, welk der drie het kruis van Christus was. De H. Macarius, bisschop van Jeruzalem, liet een zieke vrouw met de kruisen aanraken. De aanraking met het eerste en tweede kruis bleef zonder gevolg, de aanraking met het derde gaf aan de vrouw de gezondheid. Zelfs een doode kwam door aanraking met hetzelfde kruis tot het leven. Dit wonderbaar feit wordt door de Kerk herdacht op den 3" Mei, feest der Kruisvinding.

Omtrent drie eeuwen later, in 't jaar 614 of 615, werd het kruis door de Perzen, onder hun koning Chosroës, uit Jeruzalem weggeroofd; maar 14 jaren later dwong de zegevierende romeinsche keizer Heraclius de Perzen, het kruis terug te geven. De keizer, in boetgewaad, droeg zelf het kruis naar den Calvarieberg in de kerk. De Kerk herdenkt dit heuglijk feit op den 14" September, feest der Kruisverheffing.

Wij moeten het kruisbeeld vereeren, er een eereplaats aan schenken in onze woning, het altijd bij ons dragen. In de schaduw van het kruis moeten wij strijden en lijden, met het kruis op de lippen moeten wij sterven, onder het kruis moet ons lichaam eenmaal zijn opstanding verbeiden 1).

Niet alleen op de dagen, die aan het lijden des Heeren zijn toegewijd, maar dagelijks moeten wij het H. lijden van Jezus overwegen. De overweging van Jezus' lijden was steeds de geliefkoosde oefening der heiligen. De Apostel Paulus verlangde niets anders te kennen dan den gekruisten Jezus (1 Cor. II, 2.), en een H. Philippus Benitius, een H. Bonaventura, een H. Thomas van Aquine en zooveel anderen noemden het kruisbeeld het boek, waaruit zij alle hemelsche wetenschap leerden. En geen wonder, want het kruis is niet alleen het altaar van den zich slachtofferenden Hoogepriester, maar ook de leerstoel van den onderwijzenden Leeraar, en de troon van den heerschenden Koning 2).

De Kruisweg.

Een godvruchtige oefening, die te allen tijde bij de Christenen in hoog aanzien stond, is de kruisweg. Na de hemelvaart

!) Over het maken van het kruisteeken wordt gesproken bij Vr. 307. 2) H. Aug. Tr. 119.

Sluiten