Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luisteren wij naar het woord door Christus bij het graf van Lazarus gesproken: „Ik ben de verrijzenis en het leven; die in Mij gelooft, al is hij ook gestorven, zal leven". Jo. XI, 25. Wij moeten in Christus gelooven, en uit dit geloof in Christus ook leven; wij moeten met Christus strijden en lijden, dan zullen wij met Christus ook heerlijk tot het eeuwig leven verrijzen. Die zalige hoop moet ons sterken in den strijd, opbeuren in het lijden, troosten bij het sterven.

3°. De verrijzenis van Christus is voor ons het zinnebeeld van de verrijzenis uit het graf der zonden. Reeds door het H. Doopsel werden wij uit den geestelijken dood opgewekt tot het bovennatuurlijk leven der genade. „Wij zijn door den doop ter dood met Hem begraven geworden, opdat, gelijk Christus door de heerlijkheid des Vaders uit de dooden verrezen is, ook wij zoo in nieuwheid van leven zouden wandelen. Wij weten, dat Christus, nadat Hij opgestaan is uit de dooden, niet meer sterft . Rom. VI, 4, 9. Eveneens moeten wij volharden in het nieuw leven der genade, en mogen wij de zonde niet meer laten heerschen in ons lichaam. „Indien gij dan met Christus verrezen zijt, zoo zoekt, wat boven is, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods; zint op wat boven is, niet wat op aarde is". Col. III, 1, 2. Met Christus verrezen, om een hemelsch leven te leiden, moeten wij ook naar dit verheven doel ons leven inrichten, geest en hart vestigen op hemelsche goederen, niet verknechten aan aardsche dingen: eer, rijkdom en zingenot. Wij moeten zoo leven, dat wij met den Apostel mogen zeggen: „Onze wandel is in den hemel ; dan zullen wij met eenzelfde vertrouwen als hij er mogen bijvoegen: „Van waar wij ook als Zaligmaker verwachten onzen Heere Jezus Christus, die het lichaam onzer vernedering zal hervormen, zoodat het gelijkvormig is aan het lichaam zijner heerlijkheid". Phil. III, 20, 21 1).

125. Hoelang is Christus na zijne verrijzenis nog op aarde gebleven?

Na zijne verrijzenis is Christus nog veertig dagen op aarde gebleven.

!) Catech. Rom. De quinto art. N. 14, 15.

Sluiten