Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem: Weid mijn lammeren! Andermaal zeide Hij tot hem: Simon, zoon van Joannes, bemint gij Mij ? Hij zeide tot Hem: „Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb"! Hij zeide tot hem: „Weid mijn lammeren"! Ten derden male sprak Hij: „Simon, zoon van Joannes, hebt gij Mij lief"? Petrus werd bedroefd, maar waagde toch ten derden male: „Heere, Gij weet alles; Gij weet dat ik U liefheb"! Toen was Jezus' antwoord: „Weid mijn schapen"! Jo. XXI, 15—17.

Hier wordt Petrus tot Opperherder der geheele Kerk aangesteld; bijgevolg moeten alle geloovigen, Bisschoppen, priesters en leeken dien Herder volgen. Kon nu de Paus als Leeraar op zijn leerstoel dwalen, dan zou ook de Kerk, naar Christus' bevel haar Herder volgend, op het dwaalspoor kunnen geraken, dat is, ophouden de Kerk van Christus te zijn. Maar dan werden Christus' beloften een leugen; dan was Christus zelf een bedrieger. Die godslastering zij verre!

B. Bewijzen uit de Vaders, de handelwijze der Pausen en der Kerk.

De leer over de pauselijke onfeilbaarheid, door de H. Schrift zoo duidelijk geleeraard, heeft de Kerk in woord en daad altijd beleden.

a. De H. Irenaeus, Bisschop van Lyon, die door Joannes' leerling Polycarpus onderwezen werd, schreef in de 2e eeuw: „Met deze Kerk (van Rome) moet, om haar hooger gezag, geheel de Kerk overeenstemmen, in haar bleef altijd de apostolische overlevering bewaard" !). In de 3e eeuw leerde Cyprianus, dat de Stoel van Petrus en de Kerk van Rome het beginsel der priesterlijke eenheid zijn, en dat daar de trouweloosheid (ketterij en scheuring) geen toegang heeft 2). In de 4e eeuw leeraarde Ambrosius: „Hij is Petrus, tot wien Christus gezegd heeft: gij zijt Petrus! waar dus Petrus is, daar is de Kerk; waar de Kerk is, daar is geen dood, maar eeuwig leven" 3). Daarom was het woord der Pausen allesbeslissend voor den grooten Augustinus, den bekeerling van Ambrosius. Nauwelijks was Romes beslissing over de

!) Adv. haeres. III, 3. 2) Epist. 59. 3) In Ps. 4, N. 30.

Sluiten