Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun afkomst van één ouderenpaar, en vereenigt hen, niet alleen in één gemeenschap, maar in één broederschap. Gij leert de koningen voor hun volk zorgen; gij vermaant de volken aan hun koningen te gehoorzamen" 1).

De Katholieke Kerk predikt niet alleen een heilige leer, maar zij geeft ook alle middelen, om heilig te worden.

Die middelen zijn op de eerste plaats de H. Sacramenten, welke de Kerk van Christus ontving en altijd ongeschonden bewaarde. Nog altijd stroomt uit die goddelijke bronnen bovennatuurlijke kracht in de zielen, ter vervulling van een zedenwet, wier reinheid de Kerk immer bewaarde, wier bindende kracht de Kerk immer handhaafde tegenover de loocheningen des ongeloofs en de onwilligheid der hartstochten. Bij zijn intrede in de Kerk wordt aan den mensch het bovennatuurlijk leven der heiligmakende genade gegeven, en dit leven wordt gesterkt door het H. Vormsel, en gevoed door het lichaam en bloed des Heeren. De wonden, in den levensstrijd bekomen, worden genezen door het H. Sacrament der Biecht, en de laatste, alles-beslissende strijd wordt verlicht door het H. Oliesel. De plaatsen der afgestorvenen worden aangevuld door middel van het H. Sacrament des Huwelijks, en nieuwe herders, leeraars en bedienaars der H. Sacramenten worden aan de Kerk geschonken door het H. Priesterschap.

Het groote middelpunt evenwel van het katholiek leven, de onuitputtelijke bron van alle zegeningen, is het H. Sacrament des Altaars. De menschgeworden Zoon Gods koos de katholieke kerkgebouwen tot woning; Hij is daar niet als een woord, een leer, een gedachtenis, maar in waarheid, in werkelijkheid, in wezen. In de protestantsche kerkgebouwen verblijft Hij niet, en in de oude kerken, waar Hij vroeger verbleef, werden alle herinneringen aan dat zegenrijk verblijf door mokerslagen verbrijzeld en door den witkwast weggevaagd. In de katholieke kerkgebouwen offert zich de menschgeworden Zoon Gods eiken morgen aan zijn hemelschen Vader. Bij de Protestanten is geen offer meer. In de katholieke kerkgebouwen roept de

') Lib. I, cap. 30.

Sluiten