Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar 1400 ontstonden — dus wel de grootste helft — zijn in het leven geroepen door een uitdrukkelijken stichtingsbrief van den H. Stoel. Maar alle zonder uitzondering, ook indien zij op andere wijze ontstaan zijn, stonden onder de hooge, machtige bescherming van den Paus x).

Het verbazend getal studenten aan de hoogescholen getuigt van de groote geestdrift der middeleeuwen voor de wetenschap. In het begin der 13e eeuw telde Bologna 10.000 studenten; Parijs had er eeuwenlang minstens 6 tot 7000; Oxford, Cambridge en Praag bereikten vaak het cijfer van 3000 2). Zoo was door den machtigen invloed der Kerk de bevolking van Europa geheel herschapen, alle vakken van wetenschappen werden beoefend, de vroegere afkeer van elke wetenschappelijke beschaving had onder de barbaren plaats gemaakt voor jeugdige geestdrift. Het zijn nog slechts onwetenden of lasteraars van beroep, die met minachting spreken van den duisteren nacht der katholieke middeleeuwen 3).

Uit het vorenstaande blijkt, dat noch Luther, noch de z. g. hervorming de volksschool in het leven riepen, maar dat deze school het kind der Katholieke Kerk is. Noch Luther, noch de hervorming hebben ook de reeds bestaande volksschool tot hooger bloei gebracht. Integendeel, door het opkomend Protestantisme werd de stroom der beschaving niet alleen gestremd, maar zelfs teruggedrongen. „Het Protestantisme — zegt Grimm — bracht dorheid en stilstand" 4). Inderdaad, reeds de stichtingsbrief van de hoogeschool van Marburg (1529) klaagt over het verval der wetenschap. Overal slonk het aantal studenten, zoodat de hoogeschool van Heidelberg in 1525 meer leeraren dan studenten had 5). Tegelijk met de hoogere studiën geraakte ook het volksonderwijs elk jaar in dieper verval. Luther klaagde bitter over den achteruitgang der volksschool, en zijn leerling en vriend Veit Dietrich van Neurenberg bekent, dat vroeger

») Dr. G. Brom, Katholiek, Dl. 117, bl. 258. 2) 1. c., bl. 258. Zie Kirchenlexicon, XII, S. 315. 3) Janssen, I9, S. 75. 4) Leben Michel Angelos, S. 671. 5) Janssen, II14, S. 299. Zie Heinrich Pesch, Die Sociale Befahigung der Kirche, IV.

Sluiten