Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Kerk, die zich altijd de Moeder der volkeren betoond heeft, stelde zich niet tevreden de wonde te genezen, door de gruwelijke slavernij den zwakkeren toegebracht, maar zij gevoelt zich ook machtig, om de arbeidersklasse te bevrijden van de ellende, welke de tegenwoordige toestand der maatschappij veroorzaakt heeft x). Daarom riep Leo XIII alle Bisschoppen en priesters op, om met alle hun ten dienste staande middelen aan de welvaart des volks te arbeiden 2).

E. De Verzorging der armen en andere ongelukkigen.

Het heidendom beschouwde de armoede en ellende als een schande, en zelfs zijn edelste denkers dachten er niet aan hulp te brengen, maar voelden voor de ellende hooghartige en koude verachting. Zij leerden, dat medelijden een zwakheid (Marcus Aurelius), dat barmhartigheid een ondeugd is (Seneca).

De Godmensch kwam op aarde en koos de versmade armoede tot zijn bruid en gezellin des levens, en wilde, dat de liefde tot de armen het kenteeken zou zijn zijner leerlingen.

„Ten tijde der eerste Christenen was (dan ook) de broederlijke liefde zoo machtig, dat menigmaal de rijken zich van al hun bezittingen ontdeden, om den armen ter hulp te komen. Ten gevolge daarvan, zegt de H. Schrift, „was er onder hen geen arme". Het uitreiken der dagelijksche aalmoezen was de taak, welke den diakenen door de Apostelen werd opgelegd, en waarvoor die Orde bijzonder was ingesteld. De H. Paulus, ofschoon gedrukt door de zorg voor alle kerken, aarzelde niet, vermoeiende reizen te ondernemen, om persoonlijk aalmoezen over te brengen aan de noodlijdende Christenen van Jeruzalem. Tertulliaan spreekt van dergelijke bijdragen, die bij elke vergadering der Christenen vrijwillig werden geschonken, en noemt ze de „spaarpenningen der liefde", omdat ze besteed werden tot onderhoud en ter begrafenis

') Leo XIII, Brief aan Decurtins, 6 Aug\ 1893. 2) Rerum Novarum van den 15n Mei 1891; Graves de communi re, van den 18n Januari 1901; eerste Encycliek van Pius X, E supremi apostolatus, van den 4n October 1903, en zijn Motu Proprio van den 18" December 1903.

Sluiten