Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwen de zich afscheidenden Lutheranen, Calvinisten, Mennonieten, enz., genoemd worden.

De Roomsche Kerk is katholiek of algemeen.

Zij immers bestaat van den tijd van Christus af. Zij is niet van gisteren, niet van den tijd der middeleeuwen, maar zij bestond reeds, zij bloeide reeds, zij telde reeds veel duizenden kinderen, toen de galileesche visscher Simon, Jonas'zoon, in het jaar 42 naar Rome toog, om in de wereldstad den zetel van het Pausdom te vestigen tot het einde der dagen. En in den loop van negentien eeuwen werd haar bestuur niet vervormd door den drang der tijdsomstandigheden, gelijk de burgerlijke regeeringsvormen. Het geestelijk koningschap, door Christus aan Simon gegeven, werd door Petrus nagelaten aan zijn opvolgers, en wordt heden gedragen door den 260" in de lange, onafgebroken rij der Romeinsche Opperpriesters. Alle oude koningshuizen werden in den stroom des tijds verzwolgen, de Pausen bleven op hun eeuwige steenrots.

Ook de geloofsleer werd ongeschonden bewaard, verkondigd, tegen eiken aanval verdedigd. De Kerk verwrong nooit haar leer, haar waarheden naar de eigenaardigheden van tijden, van volken of personen, maar zij vormde de volken en personen naar de leer, die zij van den beginne af verkondigde. Als Katholieke Kerk bezit zij een leer, die van toepassing is op alle eeuwen, alle volken, alle menschen. Zij bewaarde getrouw de zeven heilige Sacramenten.

Zoo omvat de onveranderlijke Roomsche Kerk alle tijden; maar zij bezit ook de algemeenheid van plaats, want zij is verspreid over alle landen, onder alle volken. Hoewel de Kerk in de eerste jaren van haar bestaan slechts over een klein gedeelte der aarde verbreid was, had zij toch de bestemming en tevens de kracht, zich gaandeweg, ondanks het gebrek aan menschelijke middelen, ondanks bovenmenschelijke moeilijkheden, over geheel de wereld uit te breiden. Zij was gelijk aan een jeugdigen boom vol levenskracht, die telken jare dieper wortelen schiet en zijn takken in breederen kring uitstrekt. Reeds op het eerste Pinksterfeest doopte Petrus 3000 Joden, en twintig jaren later mocht Paulus aan de Romeinen schrijven, dat hun geloof over de geheele wereld

Sluiten