Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de gemeente des levenden Gods; een pilaar en vastigheid der waarheid. Deze hoedanigheden van de gemeente des Heeren waren in het oog van den Apostel krachtige drangredenen om de uiterste voorzichtigheid aan te wenden en de grootste waakzaamheid te betrachten. En laat ons nu, om saam diep in te leven in onze zware verantwoordelijkheid, hetzij nu een meerdere of mindere, een hoogere of lagere plaats bij den tempelbouw door ons ingenomen wordt, laat ons nu, zeg ik, op de hoedanigheden, die hier aan de gemeente verbonden worden, acht geven met den diepsten ernst. Er is hier sprake van de gemeente van Christus als van een huis Gods; als van een gemeente des levenden Gods; als van een pilaar en vastigheid der waarheid. En wie de gemeente ziende gelijk ze hier voorgesteld wordt, alles in het werk stelt om uit liefde tot den Koning der Kerk haar te laten de plaats, die ze inneemt, en tot haar recht te laten komen alle hoedanigheid, die hier genoemd wordt, — hij zal den vrede Gods opvangen in het hart en veel vrijmoedigheid hebben in het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

# * *

Als het huis Gods wordt de gemeente hier voorgesteld door den Apostel. En in dien zin is er in de Heilige Schrift telkenmale sprake van des Heeren gemeente. De geloovigen vormen saam een huis; een tempel uit levende steenen gebouwd, en bestemd om den Heere ter woning te dienen. Zoo schreef Paulus aan de Corinthiërs: „Want gij zijt de tempel des levenden Gods, gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en Ik zal onder hen wandelen en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn." En den geloovigen in de verstrooiing liet Petrus weten : „Zoo wordt gij ook zeiven als levende steenen gebouwd tot een geestelijk huis."

Sluiten