Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bovendien, als Paulus gedacht heeft aan het ius gladii in het romeinsche rijk, dan heeft hij in elk geval slechts bedoeld de macht van de overheid over haar onderdanen. «Het ius gladii is niet het recht, het zwaard te dragen, dat iedere officier heeft, maar het recht, van het zwaard gebruik te maken voor de capitaal jurisdictie.» «Het ius gladii kon in de 1" eeuw nog door den keizer alleen worden uitgeoefend,... en moest telkens apart door den keizer aan de stadhouders verleend worden. Hieruit blijkt hoezeer het ius gladii is de den keizer alleen toekomende capitaaljurisdictie, d. i.: het recht over leven en dood bij mogelijke gerechtelijke processen. Zie Mommsen : Rom. Staatsrecht II 270.

8. Niet dit, dat de oorlog werd misbruikt, is de voornaamste reden, om aan te dringen op het scheppen van een internationale organisatie.

Dit misbruik hangt samen met de ontwikkeling in de historie. Door het intenser worden van het internationaal verkeer en door het nauwer contact krijgen de volkeren zooveel wrijvingsvlakken en zooveel tegenstrijdige belangen, dat de atmosfeer met wantrouwen al sterker moest geladen worden. In zulke omstandigheden kan het zwaard in den oorlog niet het geschikte middel meer zijn, om de gerechtigheid onder de volkeren te handhaven. Er heerscht nu een toestand van anarchie tusschen de volkeren.

Nochtans zien we het zoeken van steeds inniger contact tusschen de volkeren als door schrift en historie geboden. Nu de roeping der volkeren, om de aarde te bevolken, in de verwarring bij Babel met geweld doorgezet, is vervuld, moet de tegengestelde strooming weer opkomen en moeten de volkeren elkander weer zoeken. Het herstel aller dingen in Christus, het tot één vergaderen van alle dingen in Christus (Efeze 1 : 10) en de uitstorting van den Heiligen Geest schiep daartoe de mogelijkheid.

Naar een zekere eenheid moet nu weer worden getracht. Niet echter in den zin van Babel. Maar in den zin van een gemeenschap, waarin ook de eigen zelfstandigheid wordt gehandhaafd en juist tot haar recht komt Ook de volkeren zijn leden van één lichaam.

0. Reeds Prof. Geesink wees in die richting. «Maar Gods wereldorde geldt ook voor het publieke volkerenrecht. Het suum cuique geldt ook van staat tot staat.» «Deze noodzakelijkheid van een hoogere rechtsordening volgt ook uit het natura prius. Het onderling verkeer der volkeren ligt in het wezen der dingen, is van God gewild. De autarkeia of zelf genoegzaamheid van eiken staat is slechts relatief. Volkeren hebben elkander noodig, zooals de individuen. Er is een gemeenschappelijke taak der menschheid, maar ook weer zoo, dat ieder volk naar zijn eigen

Sluiten