Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beheerscht door de tegenstelling tusschen de gerechtigheid, welke God vordert, en die, welke de Farizeën in Jezus' dagen eischten. Om die tegenstelling te doen gevoelen, zegt Jezus eerst, wie naar zijn oordeel en het oordeel zijns Vaders zalig zijn. Dat zijn niet degenen, die door uitwendige onderhouding van de geboden eene eigene gerechtigheid zoeken op te richten, maar het zijn zij, die reeds onder den naam van ellendigen, nooddruftigen, armen, enz. in de psalmen en profetieën voorkomen en nu door Jezus nader als armen van geest, hongerenden en dorstenden naar de gerechtigheid, reinen van hart enz. worden aangeduid. Als Jezus dus deze menschen, en niet de eigengerechtigen, zalig spreekt, dan komt Hij niet in strijd met, maar sluit Hij zich volkomen aan bij het Oude Testament. Hij is geen nieuwe wetgever, die wet en profeten aanvult of verbetert, en dus eigenlijk ontbindt, maar Hij vervult ze geheel en al, en eischt daarom juist eene andere en betere gerechtigheid, dan die der Farizeën en Schriftgeleerden, Matth. 5 :17—20.

Deze scherpe tegenstelling tusschen Christus en de Farizeën, en deze volkomen overeenstemming van Jezus' onderwijs met het Oude Testament komt niet slechts in de algemeene zaligsprekingen uit, maar treedt voorts ook bij de verklaring van elk gebod aan het licht: bij het gebod van den doodslag, dat ook den toorn en zelfs de minste onwelwillendheid jegens den naaste verbiedt, Matth. 5:21—26; bij het verbod van de echtbreuk, dat ook het overspel des harten veroordeelt, Matth. 5:27—32; bij het gebod van den eed, dat niet alleen een meineed, maar ook eiken gedachteloozeneedbij alles en nog wat uitdenbooze rekent, Matth. 5:33—37; bij het gebod der vergelding, dat voor de overheid kracht moge hebben, maar in het private leven, in overeenstemming met het oude Testament, Lev. 19:18, Spr. 24:29, Klaagl. 3:27—30, door de gezindheid der liefde en der vergeving vervangen moet worden, en dan zoover strekt, dat men dengene, die ons onrechtvaardig behandelt, nog tegemoet

Sluiten