Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Openb. 18 : 4 (bl. 124) zullen met den tekst uit het Duitsch zijn vertaald. Er is herinnering aan het type L.V.P.

IV. Een schoon exposiciewtenLXVII Psalm. Dit boekje behandelt en neemt op Ps. 68 : 30 en 31. Vs. 30 herinnert aan het type L.V.P., vs. 31 verschilt daarvan aanmerkelijk. Ook een enkel citaat in den tekst herinnert aan het type L.V.P. (Jes. 49: 23,66 :16, bl. 133), andere doen het niet (Job 40 :16, bl. 135). De citaten zullen wel weer mede zijn vertaald.

V. Een troost ende Spiegel der siecken. Een vrij lang geschrift, dat overvloeit van citaten en vooral van toespelingen op teksten. Bepaalde citaten werden niet gevonden, wel herinneren tal van aanhalingen en aanduidingen aan het type L.V.P. Maar evenzeer wijken er talloos vele van dit type af. Op het titelblad staat 2 Tim. 3 : 16 afgedrukt in een vorm, die in de vergeleken exemplaren niet voorkomt. Deze vorm kan zeer goed een vertaling van de Vulgata zijn, die nauwkeurig wordt weergegeven. We hebben dus dit resultaat, het geschrift zal öf de Vulgata hebben gebruikt öf een naar de Vulgata vertaalde niet vergeleken Bijbeluitgave. De schrijver, Gnapheus volgens Pijper, was zeker in staat de Vulgata te gebruiken. Onder de citaten in het boek zijn er ook, die op gebruik van de Vulgata kunnen wijzen; Gen. 22 : 9 getempteert oft geproeft.. . wysen, (bl. 209); Job 21 : 13 in een poinct des tyts so dalen si ter hellen waert (bl. 212), Ps. 18 : 5 geheel naar de Vulgata, (bl. 233), zoo ook Ps. 44 : 22 (bl. 176); Ps. 73 : 28 (bl. 213); Hoogl. 2 : 6 (bl. 246); Jes. 9 : 5 (bl. 223); Jes. 28 : 21 (bl. 178); Jes. 30 : 15 (bl. 184); Jes. 53 : 8 (bl. 235). Lang niet alle citaten laten zich op deze wijze verklaren, toch wel zooveel, dat men met groote waarschijnlijkheid zeggen kan, dat Gnapheus de Vulgata, (eventueel een zich nauw aan de Vulgata bindende vertaling) gebruikte en dat de boven aangegeven overeenkomst met verschillende Nederlandsche Bijbels óf puur toevallig is, öf moet verklaard uit algemeen bekende en gebruikte vertalingen van teksten.

VI. Van den Propheet Baruch. Hier hebben we een merkwaardig geval. Op het titelblad staat afgedrukt een stuk van Exod. 20 en Joh. 4: 22 en 23. Beide zijn behoudens onbeteekenende afwijkingen naar Liesveldt (niet naar Vorsterman). Maar zoo is het niet met de citaten in het geschrift. Immers wel wordt bl. 260 vlg. Ps. 115 aangehaald geheel naar Liesveldt (behalve dat maken in aenbidden is veranderd, wel in verband met de bedoeling van het geschrift),

Sluiten