is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. J. C. Zaalberg's feestrede, gehouden in den plegtigen dankstond ter gedachtenis der kerkhervorming, wederlegd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu de Haagsche gemeente. Men heeft gezegd, dat de feestrede met geestdrift opgenomen en luide is toegejuicht geworden. Wij voor ons wachten ons wel, deze toejuiching tot te velen, en zelfs tot velen, uit te strekken ; de tegenoverstaande veronderstelling zon strijden met den hoogen dunk, dien we met reden hebben van het gezond verstand zoowel als van het edel hart van het meerendeel onzer Protestantsche landgenooten: te dikwijls gaven zij er blijken van, en te duidelijk spraken hunne daden. Maar toch, de feestrede werd toegejuicht, ten minste met gretigheid ontvangen. Liefst veronderstellen wij onder de toejuichers niemand, die genoegen vindt in oneerlijken laster, als die slechts tegen de Katholieken gerigt is; waren er, wat wij eer vreezen, eenigen, die zich lieten misleiden en de feestrede aannamen voor een bewijs van regtgeloovigheid: zij moeten bedenken, dat het geloof aan Christus' Godheid geen noodzakelijk vereischte is in hem die de Katholieke Kerk verguist.

Met opzet spraken wij van den bijval, dien de feestrede heeft gevonden, want dit vooral heeft ons, Katholieken, ^treurig aangedaan: niet juist dat de heer Zaalberg ons heeft gehoond. Daaraan immers zijn wij vooral sedert een groot tweetal jaren gewoon geworden en dit is het ons voorspelde deel; ook in het vorige jaar vernamen wij, hoe van tijd tot tijd door mannen, behoorende tot dezelfde .bende, als de rustverstoorder, wien onlangs bij koninküjk -besluit het land werd ontzegd, lastering en scheldwoorden tegen de Katholieke Kerk werden uitgegalmd, meestal in schuren, verwerswinkels of dergelijke plaatsen. Was de heer Zaalberg ook een van die ongelukkigen, was de plaats, waar hij sprak, ook eene schuur geweest, en had zijn gehoor ook grootendeels bestaan uit lieden, die bij