Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elljkheden en zwarigheden. Het gaat hiermede als met zwakke plantjes; deze kunnen niet gemakkelijk door den harden grond heengroeien. Het geestelijke leven is bij de meesten zeer zwak en waar het bestaat, is het meer een werken om er boven op te komen, dan een krachtig leven uit de volheid des levens in Christus. Een zwak mensch heeft verschrikkelijk veel met zich zelf te doen en kan niets doen om anderen te helpen; die gezond is, heeft, ja wel voedsel noodig, maar vergeet vaak zich zelf' om zich met zijn geheele hart op zijn werk te zetten. De zwakheid van het leven, waarbij meer een wensch en pogen bestaat, om er eenmaal te komen, in plaats van het leven uit de volheid van Christus, in Zijne zalige gemeenschap en tot Zijn eer, is veel oorzaak, dat men weinig behoefte aan elkander heeft en dat ieder best op zich zelf kan leven.

Wat voorts een zeer belangrijke oorzaak is van belemmering tot vereeniging, is het gemis van die zoo rechtmatige verootmoediging voor het aangezicht des Heeren over die jarenlange ongehoorzaamheid tegen het bevel des Heeren. Wij hebben jarenlang in ongehoorzaamheid gewandeld. En al is het niet opzettelijk, toch is het ge^ schied. Welk een ongeoorloofde zamenvoeging had er plaats! Welke door Gods Woord verbodene handelingen werden geduld, ja zelfs gepleegd! Hoe heeft men zijn

sluit zich aan bg den een, niet bjj den ander. Derhalve berust die aansluiting op het feit, dat er verschillende menscheljjke organisaties znn. In die aansluiting ligt iets vleescheljjks, waartegen de Apostel Paulus 1 Cor. 1 waarschuwt, en dat ontegenzeggelijk leidt tot een roemen in het vleesch. Onwillekeurig verlaagt men de kerken tot genootschappen , van zuiver menscheljjken aard, waaraan kleeft de smet van concurrentie enz.; of men verheft zjjne eigene organisatie tot de hoogte van de ééne zaligmakende kerk, aan welke alleen men zich in waarheidkan en mag aansluiten. Van onze kerk mag geen sprake zjjn. Op het onze ligt een vloek. Onwillekeurig maken wjj er ons allen aan schuldig; maar daarom is het niet minder verkeerd. De kerk is het eigendom van Christus. Hem behoort de gemeente toe. Hn is het Hoofd. En nu kan men zich wel stellen onder het toezicht van den kerkeraad eener plaatselijke kerk; of wat nog zuiverder is: wat zich verklaart voor Christus en Zjjne waarheid, daarover nemen en h o u d en de kerkeraden der plaatselflke Christelijke, nader bepaald, der Gereformeerde kerken, toezicht. Dat moet zijn, als van zelf, z o n d e r v r jj e n w i 11 e k e u r. Maar zal dat geschieden, dan moeten Chr. Geref. en Doleerenden één zjjn. Anders kan dat nooit geschieden.

Sluiten