Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harten en geheele wederkeering tot den Heere. De gemeente heeft zoo noodig in Christus te vinden haar Heere en Hoofd, waardoor zij gezaligd is en met Wien zij in zalige gemeenschap wandelt, om Hem alzoo te verheerlijken en te verkondigen de deugden desgenen, die haar geroepen heeft uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht Zou de Heere ook nu niet moeten klagen, dat wij onze' eerste liefde hadden verlaten; dat velen den naam hadden, dat zij leefden, maar zij waren dood ; dat hunne werken niet vol waren voor God; dat zij meenden rijk te zijn en verrijkt te wezen, terwijl zij niet wisten , dat zij waren ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt?

Helaas, er zijn zoovele ons aanklevende zonden Zooveel vormelijkheid en opgaan in een verbeterden vorm zonder het wezen te bezitten. Er is zooveel zelfvoldaanheid en ingenomenheid met enkele, dikwijls zeer onreine gansch gebrekkige en verkeerde werken, alsof het heel wat was. En dat komt, omdat het peil van het geestelijke leven niet hoog staat. In het land der blinden is eenoog koning. Wat zou er goed te keuren en te roemen zijn dat bezien wordt in het licht van' Gods heiligheid, aan' den voet van het kruis, waarop de Heere zich zelf overgaf ten doode tot verzoening onzer zonden f Wat is er nog bij' velen een hoogheid des harten , een kwalijknemendheid een haatdragendheid , een twistgierigheid , een vasthoudendheid aan de aardsche goederen, een on' verbochendheid aan zich zelf, een afkeer van kruis, een onvolgzaamheid van Christus, een harteloosheid ,een liefdeloosheid, een zoeken van zich zelf, in plaats van de eere t»ods en het heil van elkander. Laat ons toch niet roemen in ons zeiven. O , indien

macht zeggen zou. Men had dan moeten staan, alsof die macht met bestond. En de losmaking van de Svn n™»!.V«J l if « volstrekt niet afhankelijk ie zijnMnVen XoXZStaSSïïE kwestie. Het beginsel had de gemeente reeds veel eerder moeten drnven, om handelend op te treden. En daarom, waw zulks nït geschied is, kunnen wg gerust zeggen , dat het hZ^Ji „fJl x * zwaar gewogen heeft, dit men vasSoofde dat SlliL kon of mocht. De Heere heeft eJJt^C%i£*éu£ met haast uitgedreven. Zoodat ons niet de minste eere toekomr maar wB zeggen moeten: de Heere heeft onsgebracht w Ll' anders niet hadden willen wezen. georacnt, waar wB .

Sluiten