Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles veel gemakkelijker den Heere overgeven, omdat al hunne verwachtingen ook voor dit tijdelijk leven alleen in Gods genade, barmhartigheden en ontfermingen gegrondvest zijn.

Alzoo het werk uwer handen opgevat, wordt datzelfde werk voor U de toetssteen, waaraan gij Uzelven kunt beproeven om te weten .in welke verhouding gij tegenover uw God staat, en wel als een kind tegenover een verzoend Vader? Of als een zondaar tegenover een vertoornd Rechter? In het eerste geval zult gij uw arbeid op het veld met opgewektheid doen, omdat gij van den Vader der lichten alle goede gaven en alle volmaakte giften ook voor dit tijdelijk leven zult verwachten; en ook op Zijnen zegen zult hopen over dat deel van het aardrijk, dat door U bewerkt wordt, opdat gij de vrucht van uwen arbeid genieten zult. Maar staat gij als zondaar tegenover God als uw vertoornd Rechter, dan wordt gij door dat bewustzijn bij het werk uwer handen ternedergedrukt, en kunt gij ook den arbeid op het veld niet met die opgewektheid doen, zooals zij dat kunnen, die op den Heere hun vertrouwen hebben gesteld, en wier vertrouwen gegrond is in het kruis van onzen Heere Jezus Christus.

Daarom dat toen het volk Israëls door Gods tuchtigingen getroffen werd in het gewas des velds, dat door sprinkhanen en kruidworm geheel vernield was geworden, de Heere God tot hen den profeet Joël zond om het volk tot boete en berouw en tot wederkeering tot den Heere der heirscharen op te wekken, met de belofte dat Hij hen dan wederom overvloedig zegenen zou in «le vrucht des velds, alzoo dat er geene voorraadschuren genoeg zouden wezen. — Maar nu moeten wij ons hiervoor wachten dat wij den Heere niet alleen om die aardsche zegeningen zoeken. Want dan zou het ons gaan als die schare tot wie Jezus zeggen moest: „Gij zoekt Mij omdat gij van de brooden gegeten hebt en verzadigd zijt."

Maar toch moeten Zijne oordeelen en gerichten, zooals die nu bijna 5 jaren lang over de volken zijn gegaan, en waardoor ook bij ons de ,staf des broods dreigde te breken, ons tot verootmoediging en tot verbrijzeling des harten brengen.

Anders zou het zelfs ons oordeel kunnen verzwaren.

Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken en laat ons wederkeeren tot den Heere!

Sluiten