is toegevoegd aan uw favorieten.

Vijf stellingen betreffende leeringen, waarover in de gereformeerde kerken van Nederland in de laatste jaren verschil gevallen is

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprake. Alle Heidenen zijn «zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, vreemdelingen van de Verbonden der belofte, geene hoop hebbende, en zonder God in de wereld." Ef. 2 : 12. Maar alle wedergeborenen worden openbaar door geloof en goede werken ; zij zijn «geschapen in Christus Jezus tot goede werken" ...... vs. io; en «het is onmogelijk, dat zoo

wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zoude voortbrengen vruchten der dankbaarheid". Catech. vr. 64.

VIERDE STELLING.

Volgens de Belijdenisschriften is de H. Doop wezenlijk ébi met de Besnijdenis. Hij beteekent en verzegelt niet wat in den doopeling aanwezig is, óf voorondersteld wordt aanwezig te zijn, maar de beloften van het Genadeverbond, in het Evangelie geopenbaard. En hij geschiedt niet op grond van de vooronderstelde wedergeboorte, maar op grond van 's Heeren bevel, aan hen die van hun geloof belijdenis doen, èn aan hunne kinderen, omdat ook hun de beloften des Verbonds zijn toegezegd. Naar den aard der sacramenten dient hij tot versterking van het geloof; welke heilsweldaad niet slechts onder en bij, maar ook vóór en na den Doop ontvangen kan worden.

Volgens Art. XXXIII der Belijdenis heeft God de Sacramenten verordend «om ons zijne beloften te verzegelen." En wat meer bijzonder den Doop aangaat, belijden wij in Art. XXXIV, dat Hij «afgedaan hebbende de Besnijdenis, die met bloed geschiedde, in de plaats derzelve heeft verordend het Sacrament des Doops." En in datzelfde Artikel wordt van den Kinderdoop gezegd : «dat men (de kinderkens der geloovigen) behoort te doopen en met het merkteeken des Verbonds te verzegelen, gelijk de kinderen in Israël besneden werden op dezelfde beloften, die onzen kinderen gedaan zijn." En voorts nog : «Daarenboven : hetgeen de Besnijdenis deed aan het Joodsche volk, hetzelfde doet de Doop aan onze kinderen, welke de oorzaak is, waarom de heilige Paulus den Doop noemt de besnijdenis van Christus"

Verder wordt in dat Artikel beleden, dat gedoopt moeten worden «al degenen die de zijnen zijn" ; wat duidelijk beteekent: