Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziedaar de doopsbeschouwing die door velen in „de Geref. Kerken" geleerd wordt. Door den doop aangesloten aan het Lichaam van Christus en dan leeft het gedoopte kindje één leven met het lichaam van Christus.

De waterdoop is dan tegelijk een doop met den Heiligen Geest, althans als het kindje wedergeboren is, anders is het een schijndoop. Er zou dus gebeden worden dat de Heilige Geest gepaard ga met den waterdoop. Er staat echter niet in het gebed, dat de H. Geest het kindeke inlijve in het lichaam van Christus, maar Jezus Christus zelf ingelijfd worde tot afsterving van den ouden mensch en opstanding tot een nieuw leven.

De Christ. Geref. Kerk gaat met zulk een doopsbeschouwing niet mede. Zij bidt om Gods genade niet alleen voor de uitverkoren kinderen, maar voor „deze kinderen" dat is, voor ieder kind des verbonds en belijdt dat ieder kind der gemeente den Heiligen Geest tot vernieuwing des harten noodig heeft.

HOOFDSTUK IX.

DE VERMANING AAN DE OUDERS.

Vóór de bediening des doops wordt nog een vermanend woord gericht tot de ouders. Zij worden aangesproken als: „G eliefden in den Heere Christus!" Dit is hier bedoeld in voorwerpelijken zin, evenals zij in gelijken zin „geloovigen" dat is, belijders van de Christelijke, Gereformeerde religie worden genoemd. De kerk kan over het hart niet oordeelen. Zij oordeelt naar de belijdenis der lippen, zonder daarmede te bedoelen, dat ieder belijder nu ook een waar geloovige, een in Christus geliefd voor-

Sluiten