Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perraad verantwoording der gelden en verrigtingen worden ingezonden, en in het geheel is de Conferentie aan den paus onderhoorig. Kan het nu wel onnoodig geacht■ worden, tegen deze vereeniging de hoogste waakzaamheid aan te te bevelen, omdat hare bemoeijingen, inzonderheid voor onze behoeftige geloofsgenooten, welke in gemengde huwelijken leven, voor allerbedenkelijkst te houden zijn?

Zoo weet de Roomsche kerk in Nederland meet en meer invloed te verkrijgen, dien overeenkomstig hare TJltramontaansche bedoelingen aan te wenden, en heilloos te maken voor het Protestantisme. Moge de Conferentie van Vincextius a Paulo, op'zich zelve niet te misprijzen zijn, indien zij geene leden of donateurs en donatrices aanwerft onder onze geloofsgenooten, die alzoo Rome leeren huldigen, en zoo hare werkzaamheden zich alleen bepalen tot dé armen van de Roomsche kerk, zonder daarbij het bedekte oogmerk te hebben, om langs den weg der Christelijke weldadigheid Proselieten voor het pausdom te maken, nu is zij verderfelijk te noemen. Zij kon goed en-lofwaardig wezen voor de vele armen van het Roomsche geloof, daar de Roomschén eigenlijk nooit een afzonderlijk armbestuur gehad hebben, en hunne behoeftigen altijd aan de liefdadigheid der Protestanten waren overgelaten, maar nu er een adder onder het gras schuilt en zij een ruim veld opent , om aan de veroveringszucht der propaganda te voldoen, is de Conferentie eene inrigting, die ons nadeel en schade toebrengt, en tegen welke wij als trouwe wachters op den berg des Heeren op onze hoede wezen moeten. Billijk vragen wij echter van waar al het geld komt, dat niet enkele individu's onder de Roomschén zijn magtig geworden, maar de kerk schijnt te bezitten, waaruit alles bekostigd wordt, wat door haar op zeer groote en uitgebreide schaal wordt daargesteld, om het pausdom te doen bloeijen? De stoffelijke krachten, waarover de Unie beschikt, zijn verbazend. Wel zijn aan de kerk nu en dan, soms zelfs met kwistige hand, van 's rijks wege aanzienlijke geldsommen toegestaan voor kerkgebouwen, die met groote pracht werden opgetrokken; maar de ontvangene subsidien, hoe aanzienlijk ook, zijn

Sluiten