Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, dat bestaat er zeker", sprak de oude boer. „Er is lang niet zulk een groot verschil tusschen het hemelsche en het aardsche leven als velen denken. Vaak sta ik met mijn gedachten stil bij den tekst: de hemel is des Heeren troon, en de aarde is de voetbank zijner voeten. Je weet dat een troon en de voetbank die bij dien troon hoort, in denzelfden stijl zijn opgebouwd. Dezelfde soort versiering, die men op den voetbank vindt, vindt men ook op den troon; alleen is daarboven alles heerlijker en grootscher dan daarbeneden. Diezelfde gedachte van de eenheid van dit leven met het volgend leven werd ook reeds uitgesproken door Hermes, den Egyptischen wijze, als hij zeide: Alles wat is, is dubbel."

„Grootvader", zei Gert-Jan, „als dat waar is, dat het volgend leven de voortzetting is van dit leven, dan kunnen er in een volgend bestaan ook nog vele talenten en gaven tot ontplooing komen, die hier nooit uit de windsels konden breken. Ik denk vaak aan die arme stumpers, die hier wel met hun woonwagens doorreizen. Wie weet als zulke kinderen eens behoorlijk werden opgevoed, wat er van terecht zou komen. En hoeveel andere levens worden hier levenslang misdeeld en komen nooit tot hun volle ontwikkeling."

„Da's wel waar, Gert-Jan", zei tante Janna en zuchtte. Ze had verleden jaar een kind verloren, dat achttien jaar oud was geworden, maar dat altijd idioot geweest was.

„Van al dezulken", hernam de oude man, „geldt het woord des Heeren, dat vele laatsten de eersten zullen zijn en vele eersten de laatsten."

„En eindelijk, kinderen", ging hij voort: „als het

Sluiten