Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toekomend leven een leven is van ontwikkeling, dan hebben we daar ook de gelegenheid om iets voor elkaar te zijn en wat voor elkaar te doen. Wat zouden we aan een eeuwigheid hebben, waarin allen eenzelfde mate van geluk of ongeluk deelachtig waren en waarin nooit eenige verandering of ontwikkeling plaats kon hebben? In zulk een hemel zou de eene niets hebben aan den anderen. We zouden dan gelijk zijn aan de steenen godenbeelden uit de Boeddatempels, die eeuw in eeuw uit onbeweeglijk naast elkaar zitten. Gelukkig, kinderen, de hemel der Christenen is een levende en beweeglijke hemel. Daar staat geschreven: „Zijne dienstknechten zullen Hem dienen." De hemel is dus niet in de eerste plaats een plaats van genot, het is een plaats van arbeid en van liefdedienst.

Talloos zijn de voorbeelden van stervenden, die vóór hun heengaan sommigen van hun lang gestorven familieleden weerzagen. Zulke feiten moesten reeds overtuigend genoeg voor ons zijn, dat daar in den hemel geen werkelooze rustbe-

„Als ik in den hemel kom", sprak eens de Heils-generaal Booth, „als ik in den hemel kom, dan word ik weer heilssoldaat. Ik zal den Heer onmiddellijk vragen of er ook daar geen stumpers en achterlijken zijn, die gered moeten worden." Welnu, de Heer zal zijn bede verhooren. Want het reddingswerk der eeuwige Liefde gaat al de eeuwen ongestoord door. Heb je wel eens opgemerkt, hoe vaak in de Openbaring vanjohannes de gezaligde menschen God danken, dat Hij ze gemaakt heeft tot Koningen en Priesters? Ze dan-

Sluiten