Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog gunstiger dan in Babylonië" voor Marduk schenen in Assyrië de kansen voor den nationalen god Assur. Deze was, voor zoover we althans weten, geen representant van eenig natuurverschijnsel, maar enkel apotheose van de Assyrische nationale idée. En doordat hij geen deel uitmaakte van den natuursamenhang, stond hij buiten de kosmogonie, dus ook buiten de theogonie. Marduk, hoe hoog ook geklommen, bleef toch een zoon van Ea. Van Assur heet het, dat hij zijn eigen schepper is22). Maar toch vergezellen hem door alle eeuwen heen de „groote goden", die we uit Babylonië kennen Met die „groote goden" konden ook de Assyriërs niet breken zonder den band met hun verleden door te snijden. En hun nationale trots werd er dooi gestreeld, dat hun rijksgod aan het hoofd stond van heel de schare der oude natuurgoden.

Zoo werken er in de Babylonisch-Assyrische religie wel vérschillende motieven en stemmingen, die in de richting van een soort ééngodendom schijnen te wijzen. Maar het geldt nu eens dezen god en dan weer genen. Het is nu eens dit motief en dan weer die stemming. Hoe hoog ook een enkele god zich verheft, het bestaansrecht van de anderen wordt nooit principieel in twijfel getrokken. De goden blijven steeds representaties van natuurkrachten, of van politieke ideeën, of van beide. Altoos blijven ze gebonden aan de veelvormigheid van het natuurleven en het menschenleven.

III.

Thans wenden we weer den blik naar de West-Semietische landen, inzonderheid naar Kanaan. Tusschen deze Westelijke landen e-.i die van het Eufraat-Tigris-gebied heeft in verschillende perioden eene sterke wisselwerking bestaan. Men moet hier spreken van wisselwerking, want het is volstrekt niet zóó. dat alle invloed eenzijdig van Babylonië uitging. Maar wel hadden Kanaan en omliggende landen omstreeks den tijd van Mozes en Josua eene langdurige periode van Babylonischen

Sluiten