is toegevoegd aan uw favorieten.

De heiligdommen van Palembang

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met die van Palembang1). Voor een niet gehinduïseerd deel van den Archipel geeft het juist verschenen eerste deel van het boek van ons medelid Kruyt over de West-Toradja's, de voorbeelden van de verecring van groepen steenen (naast de ook hier voorkomende enkele opstaande stukken), waarvan zegen wordt gevraagd, en in het bijzonder wijzen we op het geval van samenhang met watergeesten (de naga's!) en op de benaming overwinningssteen, „d.i. steen die voordeel aanbrengt"; dus juist de interpretatie van dat jaya te Palembang2). Doch het heeft geen nut hier thans verder op in te gaan.

Nog één steen van Tëlaga Batu is niet besproken, en wel een die, voor zoover leesbaar, precies denzelfden inhoud bleek te hebben als die van Këdukan Bukit aan de andere zijde der stad. Deze merkwaardige vondst legt, daargelaten of de inscripties gelijktijdig zijn dan wel de eene als kopie van de andere is te beschouwen, verband tusschen dit eveneens op siddhayatra betrekking hebbend document en het siddhayatra-heiligdom, en dit zal ons kunnen helpen bij het kiezen der juiste interpretatie van deze veelbesproken Oud-Maleische inscriptie3).

Zij behelst, dat op zekeren dag, overeenkomende met 13 April van het jaar 683, de vorst (dapunta hiyam, dus alleen een titel, geen naam) is scheep gegaan teneinde siddhayatra te halen; dat hij op 8 Mei4) zich heeft vrijgemaakt van (d.i. vertrokken is van) Minaria Tamwan, met 20.000 man, benevens 200 per schip en 1312 te voet (het verband der getallen is niet heel duidelijk, maar doet er voor ons niet toe) en verheugd van hart is gekomen di mata ja met nog iets, dat hij op een lateren datum, waarvan de maandnaam verloren is gegaan, blijde en opgewekt is gekomen en marwuat wanna (volgt een lacune van

*) Achteraan Bijlage A.

2) ' De West-Toradja's op Midden-Celebes I, Verh. Kon. Ned. Akad. v. Wet. N.R. 40 (1938), p. 335, 338 enz.

3) Uitgegeven door Coedès, Buil. 30, p. 33—37.

4) De data zijn berekend door dr. W. E. van Wijk; zie Wellan, T.A.G. 1.1. p. 363.

408