is toegevoegd aan uw favorieten.

Opmerkingen over Hebr. 1:1-4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Middelaar, die bij de verhooging plaats greep, want toen werd de v&c xptrmw r&v kyyékuv. Buitendien eischt de beteekenis van xXripovoftêu, dat er een tijd zij aan te wijzen, waarop de xknpovofüx nog niet werd genoten. En wat alles afdoet, 2 : 7 leert, hoe de Zoon tijdens de vernedering zich niet ten volle als God openbaarde. Het 'óvofAx heeft Hij dus juist niet eeuwig gehad. Ebrard denkt, met beroep op de volgende verzen, dat de Middelaar geërfd heeft in de O. T. profetie. Maar men kan toch moeilijk zeggen, dat men in de profetie erft En wederom, het verband geeft den indruk, dat het gaat om iets, dat bij de verhooging plaats vond. Delitzsch en Maier verklaren, dat het pf. aanduidt, hoe het bezit tot op dit oogenblik toe duurt. Ook dat gaat niet, want ook het zitten duurt voort en toch lezen we atódwev. Volgens Zimmer, a. w. bl. 113 gebruikt Hebr. meermalen het pf. inplaats van het impf. en den aor. Het laatste bewijst hij met 7 : 6, 9, 13, 14; 9 : 18, 26 en vooral met 11 : 17, 28 metterdaad afdoende. Nauwkeuriger toont Moulton, Proleg.3 bl. 142 aan, dat Hebr. het pf. gebruikt om aan te geven, wat geschreven staat. En hier volgen juist bewijzen uit het O. T. Wij zullen dus xex?aipovó/triKev moeten nemen van eene daad van den Middelaar, die geheel overeenkomt met iKkS-ta-tv. Dan eerst verkrijgen we eenen goeden zin. Want dan staat er, dat de Middelaar bij Zijne verhooging verkreeg den naam Gods, d. w. z. de openbaring Gods (vgl. Camero). In zijne vernedering heeft Hij de volle heerlijkheid Zijner Goddelijke natuur niet geopenbaard. Maar in de verhooging straalt de volle Goddelijke majesteit weer uit (Joh. 17:5). Christus werd niet God door de verhooging, maar Hij openbaarde zich ten volle als God (Rom. 1 : 4). Dat komt dus geheel overeen

met Fil. 2 : 9 xxi ïyxplo-xro ai/rif to öveptx to ürip stóp bvopttx. Men

lette er op, dat hier de aor. is gebruikt. De opmerking van V. Soden, dat tuxkr)povóp,y)x.ev het oorspronkelijke is en niet in verband staat met ixó&totv, is nu tevens weerlegd. De meeste uitleggers denken wel, dat xtxAvipovófiriKcv ziet op de verhooging, maar laten het dikwerf zien op een ander moment dan wij. Dit hangt in den regel samen met hunne opvatting, dat met ovop* is bedoeld vibq en behoeft daarom thans niet meer besproken. Owen's verklaring, dat Christus de eeuwige natuurlijke Zoon Gods was, en dat de Vader dit verklaarde, openbaarde na het volbrachte verlossingswerk, komt in wezen geheel met