Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die zijn hart geeft aan den duivel, zijn ouden vleier, zijn koning en heer; de duivel heeft nu geene koninkrijken te beloven voor een voetval, hij kon het nu al veel goedkooper krijgen.

Die zijn hart geeft aan de zonden, aan den wijn, aan zijne lusten, aan eene heer, aan 't goed van de wereld; als een Achan, een Achab, aan eens anders goed, 1 Kon. 21 : 16. Hij geeft zijn hart aan 't schepsel, aan zijn gemak, gezag, eer, rijkdom; hoe vlug, ijdel en nietig alles is, zij geven er hun hart aan, zij geven er zich zuiver aan over.

Een ander geeft zijn hart aan de mode, aan 't fatsoen en de gewoonten ; wel, als ik die opvolg dan heb ik geen werk met mijn hart; hoe leehjk, hoe ijdel, hoe onkuisch het gewaad ook is, al is 't een hoerengewaad, dat moet ik hebben, opvolgen, nadoen, het kost wat het kost; of God zegt: de vriendschap der wereld is een vijandschap Gods, Jac. 4:4; al zegt God, Kom. 12 : 2 : En wordt deze wereld niet gelijkvormig, dat helpt al niet.

Hij geeft zijn hart aan God niet, die het geeft aan goddeloozen. die zijne boezemvrienden zijn; recht contrarie als David, Ps. 1 en 139.

Zij geven hun hart aan God niet, die het somtijds geven als de nood perst, men is eens ziek, of het staat niet wel met land of kerk, dan wil men het nog wel eens doen; of daar hangt eene zware wolk van pest in 't Noorden of in 't Zuiden, of men is onder de bediening of in 't gezelschap van vromen, of 't is eens avondmaal, Ps. 78 : 34: Als Hij ze doodde, zoo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God vroeg.

Zij geven hun hart aan God niet, die het zoolang in beraad nemen, men zal 't overleggen en overdenken en — 't blijft er bij; hij weigert God zijn hart, die zegt: ik zal mij schikken naar 't volk daar ik ben, ben ik bij de vromen, ik zal 't aan God geven, ben ik bij de goddeloozen, ik zal het aan de wereld geven.

Hij die zijn hart aan eigengerechtigheid geeft; de weg van burgerlijkheid en eerbaarheid is de weg naar den hemel niet, al uwe gerechtigheid is als een wegwerpelijk kleed, Jes. 64 : 5. Dan ontbreekt u nog het beste! één ding ontbreekt u, merkt dit op.

Sluiten